Wout van Aert na zijn tiende plaats in de Strade Bianche: ‘Meer zat er niet in’

SIENA –  Tadej Pogacar heeft in zijn eerste wedstrijd van het jaar meteen de puntjes op de i gezet. De Sloveense wereldkampioen overklaste in de twintigste editie van Strade Bianche de concurrentie en schreef zijn naam zo voor de vierde keer bij op de erelijst van de Italiaanse grindklassieker, een record.

Pogacar rondde net als twee jaar geleden een monstersolo van zo’n 80 kilometer succesvol af. Hij had aan de finish op het Piazza del Campo in Siena een minuut voorsprong op de jonge Paul Seixas. Isaac del Toro, een ploegmaat van Pogacar, maakte enkele tellen later als derde het podium vol.

Gianni Vermeersch was op plaats vijf de beste Belg. Wout van Aert, in 2020 de laatste Belgische winnaar, eindigde op een kleine vier minuten nog net in de top tien.

De 27-jarige Pogacar won Strade Bianche eerder in 2022, 2024 en 2025. Met vier zeges is hij nu alleen recordhouder voor Fabian Cancellara. De volgende wedstrijd van Pogacar wordt Milaan-Sanremo. In de ‘Primavera’ hoopt de wereldkampioen voor het eerst zijn naam op het palmares te zetten.

De eerste wedstrijdhelft van Strade Bianche werd gekleurd door een interessante vlucht, met daarbij onder meer debutant Tibor Del Grosso en de jonge Tim Rex. Door de controle van de ploegmaats van Pogacar speelde de ontsnapping uiteindelijk geen rol van belang.

Net als de voorbije jaren brak wereldkampioen Pogacar net voorbij halfkoers de wedstrijd open op de lange strook van Monte Sante Marie. Paul Seixas kon heel even weerwerk bieden, maar capituleerde snel. Het nummer twee van vorig jaar, Tom Pidcock, verloor op dat moment terrein door een kettingprobleem.

De laatste 78 kilometer reed Pogacar alleen. Dat hij dit jaar nog geen wedstrijd had afgewerkt, deerde de Sloveen duidelijk niet. Zijn voorsprong steeg meteen boven de minuut, en bij het ingaan van het laatste wedstrijduur waren dat al twee minuten. Nadien verloor hij wel nog een stukje van zijn marge.

Achter de rug van Pogacar vormde zich in verschillende schijven een ruime achtervolgende groep. Daarbij zaten Wout van Aert, Gianni Vermeersch en Mauri Vansevenant als Belgen. Oud-winnaar Van Aert offerde zich nadien met veel kopwerk op voor ploegmaat Matteo Jorgenson.

Op het zware lokale circuit brak de achtervolgende groep in twee. Achter de ongenaakbare Pogacar zaten nog eens twee van zijn ploegmaats, Isaac Del Toro en Jan Christen. Zij hadden het gezelschap van een indrukwekkend sterke Gianni Vermeersch, Seixas, Pidcock, Jorgenson en Romain Grégoire.

In de strijd voor de tweede plek reed Seixas weg bij de achtervolgers, met Del Toro als dood gewicht aan het achterwiel. De Mexicaan deed geen enkele kopbeurt, maar liet in de lastige slotkilometer toch de amper negentienjarige Seixas rijden. In de strijd voor de overige ereplaatsen moest Vermeersch enkel Grégoire voor zich dulden.

Wout van Aert eindigde voor het eerst in zijn carrière buiten de top vijf van Strade Bianche. Na zijn verstoorde voorbereiding was de Herentalsenaar achteraf toch positief over zijn tiende plaats.

Van Aert: ‘Hier moet ik wel tevreden mee zijn. Ik heb een goede koers gereden, denk ik. Meer zat er niet in. Ik heb de wedstrijd gereden die ik op dit moment in de benen heb.’

Van Aert maakte een tijdje deel uit van de groep die streed voor het podium, maar moest daar uiteindelijk overboord. ‘Ik heb nog een procentje nodig om in die groep voor het podium te zitten, dat is nu éénmaal zo. Ik mis nog iets, maar ook niet heel veel om daarvan deel uit te maken.’

Winnaar Tadej Pogacar reed echter nog ver voor die groep uit. Van Aert: ‘Woorden schieten tekort. Je verwacht het ergens, maar hij moet het wel elke keer opnieuw bewijzen.’

Van Aert blijft nu in Italië, waar hij maandag start in de zevendaagse rittenkoers Tirreno-Adriatico. Dat is zijn laatste aanloop naar Milaan-Sanremo en de piek van het Vlaamse voorjaar. (EM / Foto RV)