Willem Alexander maakt kennis met de Koning van de fiets, die in onze provincie woont

HULST – Het WK in Hulst is drie dagen lang een Hollands feestje geworden. Het was al Oranje wat de klok sloeg, uiteraard ook in de afsluitende – en meteen ook belangrijkste – wedstrijd: die voor de mannen eliterenners. Er stond alweer geen maat op Mathieu van der Poel. De inwoner van ’s-Gravenwezel zag de weg naar zijn triomftocht vrijgemaakt door ploegmaat (in het dagelijkse leven) en landgenoot Tibor del Grosso. Die ging er als een bezetene vandoor. Na tien minuten nam MVDP de fakkel over en wisten de 40 000 toeschouwers hoe laat het was. Met de siuu van Christiano Ronaldo reed de superfavoriet 50 minuten later over de eindmeet.

Dat Nederland hét veldritland bij uitstek is geworden is nu wel duidelijk. Vijf van de acht wereldbekerraces in Hulst werden gewonnen door een Noorderbuur. Vrijdag opende het Nederlandse team met de winst in de gemengde aflossing, gisteren was het prijs voor Lucinda Brand (vrouwen elite). En eerder vandaag wonnen Delano Heeren (jongens junioren) en Leonie Bentveld (meisjes beloften) WK-goud.

Van der Poel pakte zijn eerste titel in 2015. Hierna moest hij drie keer op rij het hoofd buigen voor Wout Van Aert. Vervolgens zorgde Van der Poel op zijn beurt voor drie zeges op rij. En na één forfait was hij opnieuw viermaal (veel) sterker dan de rest van het lot. Het is van 2024 en de cross in Benidorm geleden dat Van der Poel nog naast de zege greep.

‘Dit is heel speciaal’, luidde de eerste reactie van de oude en nieuwe wereldkampioen. ‘Toen ik met veldrijden begon was het mijn droom om ooit bij de elite wereldkampioen te worden. Het is ongelooflijk om nu de meeste wereldtitels aller tijden te behalen.’

De 31-jarige Van der Poel won deze winter de twaalf crossen waarin hij aan de start kwam met overmacht. En nu doet MVDP inderdaad ook nog beter dan de zeven WK-zeges, die Erik De Vlaeminck behaalde tussen 1966 en 1973.

De WK-driedaagse in grensstadje Hulst was een schot in de roos. Velen – ook ik – hadden gevreesd voor een verkeersinfarct maar dat bleef uit. De toeschouwers hadden wel stevige wandelschoenen nodig want de meeste parkings bevonden zich op aanzienlijke afstand van het parcours. Maar (de Belgische) organisator Kurt Vernimmen was nog voor de afsluitende wedstrijd enthousiast. In die mate zelfs dat hij kon aankondigen dat de Nederlandse Wielerunie, de provincie Zeeland en de stad Hulst alles in het werk zullen stellen om het WK in 2032 opnieuw naar hier te halen.

Ook de Nederlandse vorst Willem Alexander zag dat het goed was. Een dik halfuur voor de grote Koning Mathieu-show maakte hij zijn opwachting. Maar lang heeft hij niet op het puntje van zijn troon gezeten. Tien minuten. Zo lang bleef de strijd om de wereldtitel in het veld spannend. Na een prima start zat Mathieu van der Poel al in het wiel van ploeg- en landgenoot Tibor Del Grosso. Samen sloegen ze een klein gaatje op Thibau Nys, die wel weer kwam aansluiten.

In de tweede ronde ging Van der Poel ervandoor. Een lange en stevige steile helling moest het verschil maken. Terwijl de gedoodverfde favoriet daar iedere ronde naar boven reed, moesten anderen in het begin voet aan de grond zetten. Daar legde Van der Poel de basis voor een aanval op de wereldtitel. En nadat hij die plaatste, zagen ze hem niet meer terug.

‘TOEN IK ZEI DAT IK EEN WINTER NIET ZOU CROSSEN WAS DAT GEEN TOEVALLIGE UITSPRAAK’

Hij sloeg een gaatje en reed alleen maar verder en verder weg van de concurrentie. Op weg naar zijn achtste wereldtitel, op weg naar de geschiedenisboeken. De strijd om het goud was beslist, maar om het zilver zeker niet. Del Grosso en Nys legden elkaar het vuur aan de schenen. Achter hen was een gapend gat ontstaan, waardoor de twee zich op hun onderlinge strijd konden concentreren.

Het was trouwens het enige duel dat voor spanning zorgde. Al heel vlug was duidelijk wie de race zou winnen. Alleen de strijd voor zilver en brons bracht nog wat leven in de brouwerij. Nys en Del Grosso speelde haasje-over. Ze probeerden elkaar te lossen, maar zonder resultaat. Twee ronden voor het einde sloeg Nys dan toch een gaatje. En dat gaatje hield hij lang vast. Op een helling reed Del Grosso weer naar het wiel van Nys.

Op de steilste klim van het parcours sloeg uiteindelijk Del Grosso de beslissende kloof. Hij raakte tot boven, Nys niet. Dat gat gaf de Nederlander niet meer weg. Zilver voor hem, brons voor Nys. De drie Antwerpse renners kwamen niet in het stuk voor. Toon Aerts werd achtste op 1’04”, Toon Vandebosch 23 ste op 4’11” en Niels Vandeputte – gisteren nog een hele dag ziek in bed – 27 ste op 4’38”.

Van der Poel: ‘Ik was voorbereid op elk scenario. Het was meegenomen dat ik goed van start ging. Tibor deed het voortreffelijk in het begin. Ik kon makkelijk naar voor oprukken en mijn eigen koers rijden, op een manier waarop ik me comfortabel voelde. Ik kon druk zetten en vrij vlug een gat slaan, dat ik onmiddellijk kon verdedigen.’

‘Ik had al voor de start besloten om niet over de balkjes te springen. De meeste renners gingen daar van de fiets. Ik sprong er wel een keertje over tijdens de verkenning maar uiteindelijk vond ik dat ik daar geen voordeel bij had en besloot ik om geen risico’s te nemen. Ik had overigens een lekke band vandaag. Maar wel toen ik met de fiets vanuit het hotel (in Beveren, EM) naar hier reed. Ik had gelukkig kleefband bij. Zo kon ik hem herstellen. Maar er was ook een wagen in de buurt omdat gisteren een aantal andere Nederlanders renners dezelfde pech kenden.’

‘Het leukste was misschien wel het moment dat de Koning naar mij en mijn familie – mijn vader, mijn broer en mijn moeder – kwam. Het was een belangrijke sportgebeurtenis vandaag en ik vond het wel ‘cool’ dat hij hier was om de Nederlandse federatie een hart onder de riem te steken. Hij kon zien wat een groot evenement dit was, dat plaatsvond op een unieke locatie. Want ook voor ons renners was het bijzonder fijn om hier rond te rijden.’

‘Toen ik enkele weken geleden de opmerking maakte dat het geen slecht idee zou zijn om eens een winter niet te crossen was dat geen toevallige uitspraak. Mensen zien me vandaag voor de achtste keer wereldkampioen worden maar vergeten weleens wat voor werk hieraan voorafgaat. Het WK veldrijden vormt voor mij altijd de eerste piek van het seizoen, niet alleen op fysiek maar ook op mentaal vlak. Dit is een dag waarop ik in topconditie moet zijn. 90 procent fit zijn is niet genoeg voor mij. Mensen onderschatten dat wel eens. Je moet enorm veel tijd en werk steken om naar zulke piek toe te leven. Daarom denk ik erover na om met een andere voorbereiding aan het wegseizoen te beginnen.’

‘DE CROSS OLYMPISCH? VELDRIJDEN IS GEEN SPORT DIE GEMAAKT IS OM OP SNEEUW BEOEFEND TE WORDEN’

‘Wanneer ik deze achtste titel vergelijk met mijn allereerste kan ik alleen maar vaststellen dat ik nu veel meer train dan in het verleden. Mijn veldritseizoen begint veel later dan toen. Daarom train ik veel harder en besteed ik er veel meer uren aan. Wanneer het WK veldrijden eraan komt weet je dat het niet lang meer duurt voor ook het wegseizoen begint. De manier waarop ik mijn seizoen indeel heeft in het verleden altijd gewerkt. Maar dat wil niet zeggen dat ik het ooit weleens wijzig.’

‘Jullie zeggen dat Nys vertelde dat ik vandaag niet mijn allerbeste vorm had, dat er zeker vijf of tien crossen waren waarin ik beter was. Het klopt dat ik me vorig weekend bijvoorbeeld beter voelde dan nu maar je kan er niet naast kijken dat het parcours helemaal anders was. Dit is een wereldkampioenschap waarbij je voortdurend uit je ogen moet kijken. Er waren verschillende stroken op het parcours die er verraderlijk bij lagen. Daarom heb ik ook geen enkel risico genomen en – zoals ik net al zei – niet over de balkjes heb gesprongen. In een andere wedstrijd had ik dat misschien gewoon wel gedaan.’

‘Ik werk meer voor mijn sport dan vijf of tien jaar geleden. Ik werk ook veel harder dan toen. Ik ondervind uiteraard ook nog steeds druk maar dat wordt steeds minder en minder want of ik nu win of niet in het veld: veel verschil gaat dat niet maken op mijn palmares. Dat zorgt ervoor dat ik meer en meer ga genieten en dat ik me rustiger voel. Ik doe dit alles omdat het me zint. En dat is een goed teken.’

‘Ik ben er ook 100 procent van overtuigd dat ik nu meer kan genieten van een overwinning dan enkele jaren geleden. Ik kom langzaam maar zeker dichter bij het einde van mijn carrière. Daar denk ik weleens aan. Ik heb nog enkele doelen voor ogen maar ik weet ook wel dat ik ze niet allemaal tot een goed einde zal kunnen brengen. Het is niet dat mijn veldritseizoen een ‘Walk in the Park’ was. Ik ben altijd gelukkig wanneer ik over de eindmeet rij want op dat moment valt een heleboel stress weg. Het is makkelijk om voor het seizoen te zeggen dat je wereldkampioen zal worden maar je moet het ook nog eens doen. Een wedstrijd duurt maar één uur maar op die korte periode kan er heel veel gebeuren.’

‘Wanneer ik op stage ben in Spanje dan train ik daar met in het achterhoofd de gedachte dat ik wereldkampioen cyclocross wil worden maar ik denk dan ook al aan de Ronde van Vlaanderen en aan Roubaix. Dat zijn races waar ik, net als vandaag, geschiedenis kan schrijven.’

‘Volgende week beginnen de Olympische Spelen en er wordt nu al een tijdje gespeculeerd over het feit of wielrennen daar nu thuis hoort of niet. Veldrijden is een wintersport maar het is niet bedoeling dat ze wordt beoefend op sneeuw. Uiteraard kan je een parcours uittekenen op een sneeuwtapijt maar ik weet niet of dat een goed idee is maar uiteindelijk is het niet aan mij om te zeggen of veldrijden thuishoort op de Spelen of niet.’

Het Belgische team verlaat Hulst met vier medailles, met het goud voor Aaron Dockx bij de mannen beloften als hoogtepunt. Alleen Nederland deed met in totaal negen plakken deed beter.

Edwin MARIËN

Foto’s Petra Huijsmans & Petra Vercauteren & RV