Van der Poel dacht dat hij op kop lag maar wordt derde, Van Aert ‘kwam krachten tekort’

TOULOUSE – Alweer een etappe om van te likkebaarden. Jonas Abrahamsen reed van start tot finish (beide lagen in Toulouse) aan de leiding. De Noor was al bij kilometer nul de eerste aanvaller, en kreeg  Mauro Schmid in zijn wiel. Achter hen was het tempo pittig,  met veel renners die stonden te popelen om zich in de kijker te rijden op een attractief parcours.

Maar uiteindelijk waren de eerste twee aanvallers ook de eerste twee die de streep haalden in Toulouse, want Mathieu Van der Poel  kwam zeven  seconden te kort om hen in te rekenen. Abrahamsen, die al een held was in de Tour 2024 met zijn vele ontsnappingen, pakt zijn eerste Tour-zege en ook de eerste van Uno-X Mobility. In de finale kwam Tadej Pogacar ten val, maar hij stond snel weer op en finishte in dezelfde tijd als zijn rivalen, in aanloop naar drie belangrijke etappes in de Pyreneeën. Op 53 seconden hield Arnaud De Lie Wout Van Aert achter zich voor de vierde plaats.

De gele leiderstrui van Ben Healy kwam niet in gevaar. De Ier heeft 29 seconden voor op Tadej Pogacar. Remco Evenepoel is op 1’29” derde. Healy is nog maar 24 jaar en heeft dus ook het wit in handen. Het groen zit nog stevig om de schouders van  Jonathan Milan.  Lenny Martinez  mocht opnieuw voor de bolletjes het podium op. Het is nog maar de tweede profzege voor Abrahamsen. In 2024 won hij de Brussels Cycling Classic.

Het peloton had duidelijk veel energie getankt tijdens de eerste rustdag, want de strijd voor de vlucht in de heuvelachtige elfde rit was enorm. Er kwam amper een seconde rust tijdens de koers. Lange tijd reed het peloton met een gemiddelde snelheid van meer dan 50 kilometer per uur. Verschillende Belgen waren daarbij actief: vooral Van Aert, maar ook Jasper Stuyven en De Lie.

De vlucht ontstond uiteindelijk in verschillende schuiven. Schmid, Abrahamsen en Davide Ballerini sloegen al meteen in de etappe een gaatje, maar hun voorsprong bleef steeds erg beperkt. Halfweg koers sloten Fred Wright en Mathieu Burgaudeau aan. Daarna gingen nog eens vijf renners in de achtervolging: Van Aert, De Lie, Van der Poel, Quinn Simmons en Axel Laurance. Het peloton bleek uitgeteld voor ritwinst.

De groep met Van Aert, De Lie en Van der Poel hing lange tijd op beperkte afstand van de vijf leiders, maar de samensmelting kwam er uiteindelijk nooit. Op de voorlaatste helling reden Schmid en Abrahamsen voorin weg. Ook de achtervolgende groep ontplofte. Van der Poel plaatste op de loeisteile laatste helling, de Pech David, een tegenprik. Hij kwam zo alleen in de achtervolging.

Van der Poel kwam nog bijzonder dicht bij de twee koplopers, maar helemaal aansluiten deed hij niet meer. In een langgerekte sprint, zij aan zij, maakte Abrahamsen komaf met Schmid. In de sprint voor de vierde plaats, na Van der Poel, was een herboren De Lie duidelijk de snelste en werd Van Aert vijfde.

De winst van Abrahamsen, de eerste aanvaller van de dag, is op verschillende manieren opmerkelijk. Minder dan een maand geleden brak hij bij een val in de Baloise Belgium Tour nog een sleutelbeen, maar nadien herstelde hij razendsnel.

Wereldkampioen Tadej Pogacar kende geen probleemloze dag. Halfweg koers moest hij achtervolgen na een plaspauze, en diep in de slotfase sloeg hij na de afdaling van de slothelling tegen de grond nadat hij tegen het achterwiel van een concurrent was aangetikt. De rest van de favorieten gingen uit respect nadien niet meer voluit, en zo kon Pogacar snel weer komen aansluiten. Ook zijn lichamelijke schade leek beperkt.

Mathieu van der Poel is een beetje verkouden maar dat was niet te merken in de elfde etappe. Hij kwam in de finale nog heel dicht bij de ritzege, maar strandde een paar honderd meter van de winnaar. ‘Ik had eigenlijk niet echt het gevoel dat ik nog iets in de benen had. Ik zat op de limiet.’

Van der Poel dacht dat hij aan de leiding reed. ‘Het is de hele week al een beetje moeilijk met radiocommunicatie. Ik was eigenlijk zeker niet echt top in het begin. Ik had ook tegen de ploeg gezegd dat ze mee mochten koersen, maar uiteindelijk kwam ik een beetje in de koers vooraan en zag ik het gebeuren en kon ik mee.’

‘Ik had niet echt het gevoel dat er nog iets in de benen zat, toen Quin Simmons op de voorlaatste klim aanging. Toen Wout daarop reageerde zat ik echt op de limiet. Op het tussenstuk naar de slotklim heb ik nog iets proberen te herstellen, maar ik had niet verwacht dat er nog iets op ging zitten op dat laatste klimmetje.’

‘Het was een onoverzichtelijke situatie op een gegeven moment. Ik kreeg pas laat te horen dat er nog twee man voorop waren, dat is jammer. Ik denk omdat er zoveel radiozenders zijn in de Tour dat het soms een beetje hapert. Ik dacht dat de groep voor ons de kopgroep was, maar ik had vrij snel door door de helikopters en motors dat er nog renners voorop reden.’

‘Ik wist wel dat het moeilijk ging worden. Ik moest natuurlijk ook proberen te doseren, maar ik wist dat ze gingen blijven rijden met twee om te sprinten voor de overwinning.’

Van der Poel reed weg uit een groepje waartoe ook Wout Van Aert behoorde. Die eindigde uiteindelijk als vijfde. ‘Ik had al veel krachten moeten verspelen om in de vlucht te geraken.’

‘Het was een moeilijke etappe voor mij.  Het was geen makkelijke situatie om in de vlucht te geraken. En toen het lukte, had ik al veel krachten moeten verspelen. Die kom ik in de finale tekort. Mathieu en ik hielden elkaar wat in de gaten, want ik ging ervan uit dat hij nog een versnelling had.’

‘Dat bleek ook. Maar ik kon net niet mee. Dat was jammer want anders hadden we met twee de oversteek misschien wel kunnen maken. Al hebben we die kans laten liggen in de kilometers ervoor. Ik ben hier om ritten te winnen. Ik ben heel blij dat het beter wordt, maar beter worden is leuk op training. Hier wil je resultaten rijden.’

De renners staan nu voor een stevig drieluik in de Pyreneeën. Dat start morgen met een 180,6 kilometer lange tocht van Auch naar Hautacam. Na een col van eerste en één van tweede categorie – de Col du Solour (11,8 kilometer aan 7,7 procent) en de Col des Bordères (3,1 kilometer aan 7,6 procent)  ligt de aankomst op een col buiten categorie (13,6 kilometer aan 7,8 procent). (EM / Foto’s ASO)