Uilenspiegel (Wilrijk) is de grootste handbalclub van het land met de ruimste G-sportwerking

EDEGEM –   Uilenspiegel HV is de grootste handbalclub van het land. Dat niet alleen voor wat de valide sporters betreft, maar ook wat de G-sportwerking aangaat. Wat begon met vijf dappere G-handballertjes en een paar begeleiders is vandaag uitgegroeid tot een  groep van meer dan 60 spelers en bijna 30 trainers en begeleiders. Wekelijks trainen kinderen tot jongvolwassenen in sporthal De Bist in Wilrijk in verschillende groepen. Ik ging erover praten met Patrick Demot, secretaris van de club, die in Edegem woont.

Demot: ‘Op een bepaald moment ben ik beginnen werken als verenigingsmanager voor mijn sportclub. In die tijd, iets meer dan tien jaar geleden, gaf de stad subsidies aan sportclubs die iets brachten met een maatschappelijke meerwaarde.  We hadden een project om voornamelijk handballes te gaan geven in basisscholen tijdens de middagpauze, om op die manier onze sport bekend te maken.’

‘De stad vroeg ook dat we zouden werken aan sport voor kansengroepen. Ik heb zelf een verleden in de scoutswereld. Op een bepaald moment gaf ik in Mortsel leiding aan een groep van twaalf- tot veertienjarigen. Daar zaten twee meisjes bij die autisme hadden. Wanneer je echt inclusief werkt, wanneer je de ganse groep met hen in contact brengt, dan creëer je een meerwaarde voor die kinderen.’

‘Soms hadden die het er wel wat moeilijk mee maar toch hebben ze er veel van geleerd. Uiteindelijk stonden zij daar heel open tegenover. Daar was ik door gecharmeerd.  Je had de gehandicapte scouts, die onder meer  in het fort van Edegem zaten. Eens dat die mannen te oud zijn voor die groep vallen ze in een zwart gat.’

‘Daarom begonnen ze er met een werking voor jongvolwassenen met een beperking. Ik ben een paar keer mee op kamp geweest. Vandaar geraakte ik geïnteresseerd om te werken met mensen met een beperking. G-handbal was onbestaande in België. Geen enkele club deed dat. En zelfs nu gebeurt het nog maar op zeer kleine schaal. Ik besloot dan ook om er binnen onze club mee te starten.’

‘In 2014 zijn we begonnen met de voorbereidingen. Ik vond onmiddellijk een aantal mensen die wilden meedoen om verschillende redenen. Zo was er iemand bij die ook een scoutsverleden had. Ik zat al heel lang bij Uilenspiegel. Ik ben indertijd nog naar wedstrijden van mijn vader gaan kijken in de beginjaren van het handbal. Zaalhandbal is in België begonnen in 1960.’

‘We hadden iemand binnen de club die professioneel bezig was met de begeleiding van gezinnen met kinderen met een beperking. Er was iemand anders die later aan studies is begonnen om leraar  te worden met als specialisatie ‘werken met kinderen met een beperking.’ Ik had dus een hele groep mensen die mee wilden doen en ook de club stond ervoor open.’

‘In 2015 zijn we gestart met een paar jongeren. Ze waren met vijf, uiteraard te weinig om een wedstrijd te spelen. Op het einde van het eerste seizoen hadden we er al vijftien. We hadden hier en daar ons licht opgestoken en men had tegen ons gezegd dat we blij mochten zijn indien we zeven jongeren bij elkaar zouden krijgen. Maar we zaten dus met meer dan het dubbele.’

‘TEL ALLE  SPELERS MET EEN BEPERKING OP. JE ZAL MERKEN DAT DE HELFT BIJ ONS ZIT’

‘En toen ging het snel. Een jaar later hadden we al meer dan twintig spelers. Nu, na tien jaar, zitten we met 60 sporters. Die komen van ver buiten Antwerpen Stad. Zo is er iemand bij uit Heist-op-den-Berg. Ook daar zijn ze ondertussen met een G-sportwerking begonnen. Maar hij blijft bij ons. Zijn moeder, net als zo goed als alle andere ouders, zijn ons als club dankbaar omdat wij die werking hebben opgezet.’

‘De ouders brengen hun kinderen maar maken meteen gebruik om te praten met andere ouders. Ze kunnen hun verhaal bij hen kwijt. Wanneer je alle handbalspelers met een beperking in dit land optelt, dan zal je merken dat meer dan de helft bij ons is aangesloten. Eigenlijk moeten we enkel over Vlaanderen spreken want volgens mij is er in Wallonië enkel een ploeg die rolstoelhandbal doet. Merksem heeft er ook één. Maar dat is iets helemaal anders.’

‘In het totaal heeft Vlaanderen vier handbalclubs met een G-werking: bij ons, in Heist-op-den-Berg, Sint-Truiden en Aarschot. Izegem zou willen opstarten. Je kan dat zomaar niet doen. Je moet zorgen dat je naamsbekendheid hebt. Promotie is erg belangrijk. En dat gekoppeld aan vertrouwen. Sommige mensen hebben geprobeerd om hun kinderen ergens anders onder te brengen, in een andere sportclub, en soms is hun ervaring niet altijd positief.’

‘Voor hen is vervolgens naar ons komen een drempel waar ze over moeten. Mensen hebben er geen problemen mee om een bepaalde afstand af te leggen om tot bij ons te komen. We hebben ook een aantal leden uit de Rupelstreek bijvoorbeeld.’

‘Momenteel ben ik secretaris bij de club. We zijn bezig aan een herstructurering, aan een vernieuwing van onze werking. In mei/juni moet die afgerond zijn. Tot dan blijf ik die functie zeker bekleden. Verder geef ik nog steeds initiaties in scholen. Ik ben trainer geweest maar dat doe ik niet meer. Ik heb onder meer training gegeven aan de G-sporters maar op een bepaald word je wat ouder en begin je je toe te leggen op andere zaken.’

‘Meer dan vijftien jaar geleden kwamen een paar ouders naar mij die het wel zagen zitten om in een recreantenploeg te spelen. Ook dat was onbestaande in België. We hebben dat toen opgestart, toevallig samen met Handbalclub Schoten. We zijn met zijn tweeën gestart en twee jaar later werd dat gepromoot door de federatie. Aan deze ploeg heb ik een aantal jaar training gegeven maar ook die fakkel heb ik doorgegeven.’

‘Ik ben tevens coördinator voor de arbitrage in Vlaanderen. Ik heel veel functies gehad binnen het handbal. Ik heb ook in het bestuur van de federatie gezeten en ben heel even secretaris-generaal ad interim geweest. Ooit zat de federatie in de Boomgaardstraat, vervolgens is men verhuisd naar Hasselt.’

‘Handbal werd indertijd veel gespeeld rond Aalst en  Dendermonde. En verder in het Brusselse en het Antwerpse. Vervolgens is Limburg erbij gekomen en daar heeft de sport in de jaren ’70-’80 ongelooflijk geboomd. Nu zit de federatie in Halen.’

‘MET SINT-TRUIDEN NEMEN WE DEEL AAN EEN NEDERLANDS-BELGISCHE COMPETITIE’

‘Met onze G-sportwerking zijn we over de grens gaan kijken. We hebben contact opgenomen met een ploeg uit Nederlands Limburg. Onderling hebben we een aantal wedstrijden gespeeld. Sinds vorig jaar hebben we mee een Nederlands-Belgische competitie opgestart. Sint-Truiden en wij doen daar aan mee. Heist-op-den-Berg en Aarschot niet omdat die met jonge kinderen werken.’

‘Sint-Truiden heeft eerder  jongvolwassenen. Wij zijn gegroeid van een jeugdwerking naar een werking ook voor jongvolwassenen. De kinderen die indertijd als twaalfjarige bij ons begonnen zijn nu tien jaar ouder. In Nederland zijn er een achttal clubs. Onderling organiseren we driehoekstornooitjes. Elke maand is er zo één. Je begrijpt dat wij aardig wat afstanden moeten afleggen.’

‘Gelukkig kunnen we rekenen op de ouders. Dankzij hen vormen de verplaatsingen geen probleem. Vorig weekend hadden we ons G-galabal. Die mensen hebben alles mee aangekleed en een uur na afloop was alles opgeruimd.’

‘Om bij ons te komen handballen als G-sporter moet je voldoen aan een aantal voorwaarden. Je moet affiniteit hebben met een bal. Vaak zijn het de ouders die hun kinderen pushen om te komen. Bij valide sporters zijn het eerder de kinderen die zelf vragen om te komen handballen. Niet alleen bewegen speelt een rol. Het gaat ook over opdrachten die je moet kunnen uitvoeren.’

‘Vermits het een ploegsport is moet je ook openstaan voor sociale contacten. Als dat er niet is heb je een probleem. Het hoeft er nog niet te zijn wanneer je je bij ons aanmeldt maar wij moeten wel een soort zekerheid hebben dat het er zal komen. Momenteel hebben we op die manier vijf ploegen. Je hebt de multimove-groep. Dat zijn kinderen waarbij we aan de basismotorische vaardigheden werken en dit één op één. Hen kunnen we weinig zelfstandig laten doen. Ze spelen weleens met een bal, ze proberen te komen tot lopen maar alles blijft heel basic.’

‘Vervolgens hebben we de basis. Die kan je wel als groep opvangen. Ze kunnen ook met de bal spelen. Je kan hen leren om op doel te gooien en afhankelijk daarvan stoten ze al dan niet door naar de benjamins. Zij hebben al wat inzicht in het spel. Hen kan je al echte handbaloefeningen bijbrengen en wedstrijdjes laten spelen.’

‘Diegenen die het aankunnen en die het willen kunnen aansluiten bij inclusie. Dan zitten ze bij een reguliere ploeg waar ze mee trainen en eventueel worden ingepast. Dat kan binnen of buiten hun leeftijdscategorie zijn. Bij de eerste drie groepen gaat het om jonge kinderen, van zes jaar tot een jaar of veertien/vijftien.’

‘Wanneer de benjamins zestien worden is het de bedoeling dat ze doorgroeien naar de jongvolwassenen. Zij doen iets wat bij momenten op handbal gelijkt. Je kan ze ook wedstrijdjes laten spelen maar ze gaan nooit aansluiting vinden bij de echte spelers.’

‘ BIJ DE JEUGD  GAAN WE VOOR TWEE JONGENS- EN EEN MEISJESPLOEG OP ELK NIVEAU’

‘Er zijn natuurlijk spelers die bij multimove blijven hangen. Van hen weten we dat zij de doelstellingen niet zullen halen omdat samenspelen er niet inzit. Het is duidelijk dat ook zij welkom blijven.’

‘Toen we met G-sport begonnen hebben we duidelijk onze segmenten uitgetekend. Dat is trouwens iets wat we meegeven aan clubs die er ook mee willen starten. We zijn begonnen met kinderen tussen zes en twaalf die een matige verstandelijke beperking hadden of ASS. Dat is nog altijd zo, behalve dat de leeftijdscategorieën zijn uitgebreid.’

‘Vorig jaar hebben wij deelgenomen aan de Nederlandse Special Olympics. Onze spelers stonden er wild van. Na dag één werden de uitslagen bekeken en een dag later werd ervoor gezorgd dat men dan kon uitkomen tegen een ploeg van hetzelfde niveau.’

‘Ook bij valide sporters, en zeker bij de jeugd, interesseert het mij niet wie doelpunten maakt. Maar het is wel belangrijk hoeveel doelpunten ‘wij’ hebben gescoord, als club. Dat is iets helemaal anders. Hoe goed hebben we verdedigd? Als trainer gaf ik mijn spelers al eens de opdracht om louter te verdedigen zodat ik kon inschatten hoe goed de verdediging werkte.’

‘De opdracht was dan ervoor te zorgen dat de tegenstander van dichtbij niet kon gooien. Als mijn spelers dan zelf niet scoren maar ze hebben gedaan wat ik heb opgedragen, dan feliciteer ik hen. Ouders zien dat anders, ook bij G-sporters. Wij leren die spelers dingen waar ze beter van worden en voeren ze het uit, dan hebben ze een goede wedstrijd gespeeld. Scoor je tien keer maar heb je niet gedaan wat de opdracht was, dan ben ik niet tevreden.’

‘De zaterdag is voorbehouden voor de trainingen. Je hebt veel kinderen die tijdens de week en ’s morgens en ’s avonds een uur op de bus zitten. Wanneer die om 17 uur thuis komen, dan kunnen die onmogelijk ’s avonds nog komen trainen. Wij zijn de enige ploeg binnen de club die op zaterdagochtend traint, samen met de U6 en U8. De multimove, basis en benjamins trainen van 11 tot 12 uur en de jongvolwassenen en inclusie van 12 uur tot 13.30 uur.’

‘Verder werken we aan het Unified-gebeuren, het inclusief sporten, waarbij mensen van de club samen met onze G-sporters eens een wedstrijd spelen. Volgend jaar gaan we met hen naar Duitsland, waar een tornooi zal plaatsvinden. Dat is voornamelijk voor de spelers van de groepen inclusie en jongvolwassenen.  Zij vinden het uiteraard fantastisch dat ze op die manier Europees spelen.’

‘Onze club in zijn geheel is met zijn 500 leden de grootste in België. Vanaf vier jaar kan men bij ons terecht. Wij hebben twee vrouwen- en twee mannenploegen. De vrouwen spelen in tweede nationale. Ze komen van eerste en de bedoeling is om daar binnen een paar jaar terug te zitten.’

‘De mannen spelen in Liga 1. De hoogste liga is de Superliga met Belgische en Nederlandse ploegen. Daaronder heb je eerste en tweede nationale en vervolgens Liga 1, 2 en 3 en  regionaal. Bij de jeugd proberen wij voor elk niveau te gaan naar twee jongensploegen en één meisjesteam.’

‘HET BELGISCHE HANDBAL STAAT AAN DE DEUR TE BELLEN MAAR ER IS NOG VEEL WERK’

‘Handbal is een kleine zaalsport met 8 000 Vlaamse leden, vergelijkbaar met korfbal. In Wallonië zijn het er 4-5 000.  Ik ben in Duitsland gaan kijken naar Gummersbach – Kiel. Kiel is de top. Gummersbach kan je vergelijken met Anderlecht in het voetbal: vroeger een grote naam, nu wat teruggevallen.’

‘De wedstrijd werd op woensdagavond gespeeld in Keulen en er zat 8 000 man. Dat is niet te vergelijken met België. Hier zijn er zelfs voetbalclubs uit de hoogste afdeling die dat aantal niet halen.’

‘Handbal zat ooit in de topsportschool. Er zijn een aantal spelers die van daaruit naar het buitenland zijn gegaan en daar furore hebben gemaakt. In onze club hadden we Nele Antonissen. Ik vind dat de Justine Henin van het handbal met een figuur waarvan je zegt: ‘Topsporter? Dat kan niet.’

‘In België heeft ze in eerste nationale gespeeld. Vervolgens is ze naar Nederland gegaan. Nu zit ze in Franse profcompetitie waar ze twee seizoenen geleden topscorer was.’

‘Er zijn nog Belgische spelers die over de grens furore maken. We hebben in dit land dus wel talent maar ze spelen elders. België staat aan de  deur te bellen maar er is nog heel veel werk. De Europese handbalfederatie ondersteunt mee een project om terug een handbalschool – geen topsportschool weliswaar – op te richten.’

‘Op Linkeroever hebben wij een school die vorig jaar gestart is. Het is samenwerking tussen de Europese handbalfederatie – via de Koninklijke Belgische Handbalbond -, de stad Antwerpen en de drie Antwerpse clubs, Sasja, Merksem en Uilenspiegel.’

Edwin MARIËN

Foto’s EM & Alain Decamps