Sugar Jackson: ‘Terwijl ik incasseerde in de ring, ging mijn managementsteam met de centen lopen’

HALLE-ZOERSEL – Sugar Jackson, die sinds vorig jaar samen met zijn gezin in Zoersel woont, was een succesvol profbokser tussen 2001 en 2013. In totaal bokste hij 51 kampen, waarvan hij er 43 won. Hij behaalde twee wereldtitels en vijf Europese titels bij de welters.  Daarnaast kon hij ook nog één Europese titel op zijn naam schrijven bij de superwelters. Daarmee behoorde hij drie jaar lang tot de Europese top en zelfs tot de wereldtop. In de lente liep drie weken lang een tentoonstelling over hem en zijn carrière in het Administratief Centrum van Zoersel.

In Halle-Zoersel heeft hij ook een eigen boksschool, waar ik hem ontmoette. ‘Goh man. Ik was je totaal vergeten. Kom vlug binnen. Dan praten we wat’ is de verwelkoming. Zoals zovele boksers is Jackson een aimabel man maar zoals de meeste boksers die aimabel zijn kwam hij mensen tegen die enkel en alleen op zijn geld uit waren.  Normaal gesproken schrijf ik mijn interviews uit onder de vorm van een monoloog, maar omdat Jackson praat zoals hij bokst – af en toe verrassend uithalend vanuit een hoek waar je het niet verwacht -, doen we het dit keer onder de vorm van vraag en antwoord.

Sugar Jackson is uiteraard een nickname. Op zijn paspoort staat Jackson Onsei Bonsu. In Ghana zag hij  Sugar Ray Robinson boksen. ‘Van mijn moeder mocht ik niet boksen. Ik was een echte straatvechter, haalde regelmatig met mijn vuisten uit. Toen we naar België verhuisden kreeg ik de toestemming van mijn vader om het te proberen.’ Zijn boksnaam had hij al: Sugar.

*We staan hier in je eigen boksschool. Wie komt er naar hier?

‘Vooral de jeugd komt naar hier. Ik geef les aan gastjes vanaf hun zesde jaar. De oudste deelnemer is 84. Waarom zou je niet boksen zolang het kan. Hij is mijn favoriet. Ik vind het fenomenaal dat ik mensen de sport kan laten beoefenen waar ik zo van hou. Wie bokst of sport wordt minder snel ziek en leeft langer. Wie zin heeft om te trainen met Sugar Jackson is altijd welkom in Halle-Zoersel.’

*Ik neem aan dat de mensen die naar hier komen niet alleen willen boksen, dat velen ook komen om conditioneel in orde te blijven.

‘Meer zelfs. Sommige mensen komen gewoon om even goede dag te zeggen.’ Leuk tafereel trouwens voor het interview. Op de parking stonden twee jongens van een jaar of veertien schat ik. Of hij Sugar Jackson was? En of ze een handtekening kregen. ‘Iedereen die hier binnenkomt wordt op dezelfde manier behandeld. Wie wil leren boksen kan bij mij terecht. Iedereen heeft hulp nodig. Ook ik kon indertijd niet zonder. Ik wil nu mijn kennis doorgeven.’

*Begeleid jij ook boksers?

‘Ja hoor. Soms is dat enkel en alleen om advies geven. Ze hanteren een bepaalde techniek en vragen dan ‘Hey Jackson. Kijk eens wat ik doe. Wat vind je ervan? Anderen komen langs om zich voor te bereiden op een wedstrijd. Waarom zou ik dat weigeren? Ik toon hen alles wat ik kan. Ik laat zien hoe ze in de ring moeten stappen en hoe ze moeten bewegen. En het belangrijkste: ze moeten leren hoe ze zo weinig mogelijk slagen moeten incasseren en hoe ze er tegelijkertijd ook wat kunnen uitdelen.’

‘WANNEER IEMAND IETS OVER MIJN OUDERS ZEI DAN AT IK HEM OP’

*Hoeveel mensen komen er gemiddeld opdagen?

 

‘Moeilijk om te antwoorden. Soms zijn het er veel, een andere keer weinig. Dat hangt van verschillende factoren af. Nu is het vakantie dus is het normaal dat er vandaag wat minder zullen zijn. Maar nogmaals: iedereen die met Sugar Jackson wil komen trainen is van harte welkom.’

*Laat ons het even over je carrière hebben. Hoe kijk je erop terug? Had het beter gekund?

‘Ik ben meer dan 100 procent tevreden met wat ik gepresteerd heb. Ik ben wel dom geweest toen ik met een managementsteam in zee ging. Ik heb hard gewerkt. Ik heb hard gevochten. Ik heb gedaan wat ik moest doen. Ik heb de top bereikt. Het was  niet mogelijk om nog meer  te stijgen.’

*Voor hetzelfde geld zat ik hier met een begenadigd voetballer. Jij deed het niet onaardig bij Berchem Sport.

‘Ik heb er de jeugdreeksen doorlopen maar op een bepaald moment moest ik een contract tekenen en dat heb ik geweigerd. Ik was toen zeventien jaar. Voetbal was niet wat ik wou. Ik wilde iets anders doen. Ik wilde gaan boksen. Ze verklaarden me gek. ‘Wablieft? Ga jij boksen? Ale. In België bokst niemand.’ Ik antwoordde: ‘Als er niemand is, dan ga ik het zeker doen. Dan ben ik de eerste. Mijn favoriet was Jean-Pierre Coopman. Die man heeft heel veel bereikt maar ik wilde beter doen. Ik heb dat gedaan.’

*Jij kwam bij Jerry Colman terecht in 1998, op het moment dat je nog voetbalde. De man is vorig jaar in Wilrijk overleden op 91-jarige leeftijd. Wie was hij voor jou?

‘Toen ik met mijn schoolvriend meeging naar de Antwerpse Boksschool in de Balansstraat had ik nooit kunnen denken dat ik zo een bokscarrière zou uitbouwen. Mijn grote geluk is geweest dat ik bij  Colman terechtgekomen ben en dat hij iets in mij zag. Hij heeft me alles van competitieboksen geleerd en enorm veel tijd en energie in mij gestoken. Ik ben als voetballer bij hem binnengegaan en als bokser buiten gekomen.’

 

‘Ik ben hem onwaarschijnlijk dankbaar. De bokssport heeft mijn leven veranderd. Ik was niet braaf. Het speelde geen rol of je groot of klein was, maar als je iets tegen mijn ouders of familie durfde zeggen, dan at ik je op. Dat is niet de bedoeling. Daarom stond mijn vader achter mijn keuze om bokser te worden, zodat ik zou leren om mij te beheersen. En tegelijkertijd kon ik me uitleven.’

*Je bent een echte globetrotter. Al was je globe wel klein. Groot-Antwerpen.

‘Toen ik Colman leerde kennen woonde ik op Antwerpen Zuid. En vanaf dan ben ik voortdurend verhuisd: naar Luchtbal, naar Deurne, terug naar Luchtbal, naar Zwijndrecht, naar Aartselaar, naar Hemiksem, naar Wijnegem om dan uiteindelijk hier in Zoersel te belanden. Ik woon hier nu een jaar.’

‘CARL HUYBRECHTS KWAM ME INTERVIEWEN. HIJ ZOU VAN MIJ EEN GROOT KAMPIOEN MAKEN’

*Na negen jaar Colman kwam je bij Renald De Vulder terecht. Vanwaar de wissel?

‘Ik wilde Jerry geen miserie bezorgen. Hij werd al wat ouder en ik wilde niet dat hij me op die leeftijd nog zou moeten begeleiden. Stel je voor dat ik uithaal en ik raak per ongeluk zijn hoofd en het loopt verkeerd af dan staat er ’s anderendaags in de krant dat er een moord werd gepleegd. Het was gewoon beter om naar iemand jonger op zoek te gaan. En bovendien wilde ik nog altijd groeien. Toen is De Vulder op mijn pad gekomen.’

*Jij hebt hem dus gecontacteerd?

‘Neen. Hij heeft mij een mail gestuurd. Bij hem heb ik mij beste tijd gekend. Het was heel leuk. Ik had een speciale band met hem. We hadden een echte zoon-vader-verhouding. Hij wist precies wat ik moest doen. Hij legde mij ontzettend  zware trainingen op maar hij deed wel altijd mee. We gingen samen lopen. Dat was wel grappig. Soms vroeg hij om het kalmer te houden maar dan zei ik: ‘Sorry coach. Maar ik hou het niet meer rustig’ en zoef… dan was ik weg.’

*Hij was jouw begeleider tijdens je fameuze gevechten in de Lotto Arena.

‘Klopt. Ik had niet verwacht dat mijn carrière zo’n wending zou nemen. Carl Huybrechts heeft mij toen benaderd. Hij kwam mij interviewen voor tv en zei ondertussen dat hij van mij een nog groter kampioen zou maken.’

*Was het wel slim om daarop in te gaan?

‘Hij beloofde mij vanalles. Hij ging voor sponsors zorgen. Ik weet niet of hij goed of slecht gedaan heeft. Hij heeft geregeld dat ik in de Lotto Arena kon boksen. En wat er achteraf gebeurd is… Tja…’

*In een tv-programma heb jij gezegd ‘Als bokser verdien je goed maar alles wat ik verdiend heb is weg. Een paar mensen zijn met mijn centen gaan lopen. Ze zegden me dat ze zich met het financiële zouden bezig houden maar terwijl ik incasseerde in de ring incasseerden zij mijn geld. Over wie had je het dan?’

‘Over mijn managementsteam.

*En wie waren dat?

‘Carl Huybrechts en Louis De Vries. Toen was De Vulder nog mijn coach. Ik werkte elke nacht tot vijf uur en vervolgens vertrok ik naar Izegem. Dag na dag. Steeds maar weer. Onderweg stond ik soms twee uur in de file. Ik wist wat ik wou en heb er alles voor gedaan.’

‘IK WIST NIET DAT BOKSEN IN ANTWERPEN ZO ZOU ONTPLOFFEN’

*Nu. OK. Jij bokste dus in de Lotto Arena. De sponsors waren er maar je zag geen geld. Ben je dan niet naiëf geweest?

‘Ik focuste mij volledig op mijn sport. Ik kon moeilijk boksen én tegelijkertijd met mijn financien bezig zijn. Je vertrouwt mensen die zich daar wel om bekommeren. Ik moest alleen zien dat ik in de ring mijn job deed. Ik vertrouwde op Carl Huybrechts en Louis De Vries. En zij vroegen mij om afscheid te nemen van Reginald De Vulder.’

*Ik heb ooit met hem gepraat en hij vertelde mij toen dat het vanaf dat moment serieus is beginnen mislopen met jou.

‘Als je alles op voorhand zou weten. Ik ben in Amerika geweest om er stage te lopen. Mensen daar vroegen me om ginds te blijven. Ze konden alles voor me doen. Ze gingen zorgen dat ik in Las Vegas kon boksen, ze gingen sponsors zoeken. Ik heb geweigerd. Ik wilde terug naar België. Ik wilde het boksen hier naar omhoog brengen. Als ik alles had geweten, was ik gewoon daar gebleven. Ik spreek nu wel over mijn  periode  bij Jerry Colman .Waarom vertel ik je dat? Omdat ik later naam had gemaakt en de kans kreeg om naar Atlanta te gaan en daar te gaan boksen. Ik bokste er 66 rondjes. Op een maand tijd. Maar weet je? Wanneer het over centjes gaat is iedereen wakker.’

*Was breken met De Vulder wel zo’n goed idee?

‘Als ik dat niet zou doen, zouden Huybrechts en De Vries zelf opstappen. Misschien hadden ze wel gelijk. Ik weet het niet. Achteraf heb ik zelf ook nog ruzie gekregen met De Vulder. In mijn hart wilde ik niet dat hij wegging. Hij kwam alle dagen van Roeselare naar Antwerpen om met mij bezig te zijn. Hij liet mensen van Amerika komen om met mij te sparren. Maar goed, ik leef nog. Ik kan nog alles doen. Ik ben blij dat ik een gezin heb.’

In die periode werd Jackson medisch niet in orde bevonden, al heeft hij dat altijd ontkend. Nieuwe mensen kwamen in zijn leven:  Patrick De Bouw – die een boek over Sugar zou schrijven – en Olivier Bisback, een stuntman die samenwerkte met Jean-Claude Vandamme.

‘Ik heb gezonde kindjes en een vrouw die voor mij zorgt. Daarom ben ik indertijd werk gaan zoeken. Ik werk  nog altijd ’s nachts in een magazijn. Ik kan toch niet slapen. Ik doe mijn werk bijzonder graag. Ik kom ’s morgens thuis en vervolgens ga ik rustig wat trainen. Ik werk van middernacht tot negen uur ’s morgens. Na mijn looptraining kruip ik dan onder de wol.’

*Wanneer je terugkijkt op je turbulente carrière, wat vond je dan het allermooiste moment?

‘Ik heb vele mooie momenten gekend. Maar het allermooiste situeert zich toch in februari 2007 toen ik in Parijs de WK-titel veroverde bij de EBU. Bij de IBC had ik hem twee jaar eerder al behaald, in Sint-Petersburg. Iedereen dacht dat ik bang ging zijn, dat ze mij zouden opeten. Maar ik was degene die de tegenstander opat, niet andersom. Ze waren onder de indruk van mijn slagen. En met die titel op zak, heb ik dan later in de Lotto Arena gebokst. Ik wist niet dat het boksen plots op die manier in Antwerpen zou ontploffen. De pers ontdekte me toen echt en ik werd van links naar rechts gesleurd.’

*Toch nog één ding. Ooit heb ik eens een heel lang  gesprek gehad met  Claude Van den Heede, de oprichter van het Gent Boksgala, die vorig jaar overleed. Hij zei me toen ‘Wanneer je als Belgische bokser in eigen land blijft, dan mag je kampen winnen, maar je blijft straatarm. Ga je naar het buitenland, dan moet je op je bakkes laten slaan want winnen is niet  toegelaten maar je komt wel rijk terug.’

‘Klopt volledig. Ik ken zo’n boksers. Die gaan enkel in het buitenland boksen, naar Parijs of Oekraïne. Die krijgen dan een telefoontje. Ze moeten dan verliezen maar komen wel met zo’n pak geld terug. Anderen boksen strategisch. Want als ze in het buitenland winnen, klimmen ze op de ladder en moeten ze  tegen tegenstanders gaan vechten, die ze misschien niet aankunnen.’

*Dat levert toch soms hilarische taferelen op. Iedereen in de zaal ziet dat bokser B beter is maar de scheidsrechter roept bokser A tot winnaar uit. Ik heb het ooit meegemaakt dat een Fransman in Roosdaal de lokale favoriet versloeg. Die twee managers zijn vervolgens buiten op de vuist gegaan omdat de afspraken niet werden nagekomen.

‘Als thuisbokser moet je wel iets laten zien natuurlijk. Je moet bewijzen dat je kan vechten. Je krijgt misschien de punten maar je moet wel tonen dat je waard bent dat je daar staat. Als buitenlander moet je winnen met knock out. Komt het op punten aan, dan is de thuisbokser altijd bevoordeeld. Toen ik naar het buitenland ging boksen dan wist ik dat ik mijn tegenstander knock out moest slaan. Anders kon ik niet winnen. Ik wilde me niet zomaar over geven. Ik wilde mijn tegenstander opeten.’

*Maar werd het dan aanvaard dat jij won? Want dat was tegen alle afspraken in.

‘Mensen wisten niet dat ik zo’n honger had. Ik was gemotiveerd tot en met. Niet iedereen was daar blij mee. Ik ben linkshandig. Ik ging altijd recht voor mijn tegenstander staan. Niemand zag mijn slag aankomen en mijn tegenstanders liepen langs de verkeerde kant weg. Achteraf zei ik dan wel sorry.’

Edwin MARIËN

Foto’s EM & Eva Asdou & Robin Fasseur & Gemeente Zoersel