Mathieu van der Poel strandt met meet in zicht maar Jasper Philipsen houdt zege in de ploeg
WEVELGEM – De koers met de meest verschrikkelijke naam groeide uit tot een spektakelstuk, een thriller van het hoogste niveau met Mathieu van der Poel en Wout van Aert in de hoofdrol. Net zoals in de goede oude tijd, toen beiden de overwinningen in de veldritten onder elkaar verdeelden, leken zij ook nu op weg om de twee hoogste podiumplaatsen te bezetten.
Pas een dikke kilometer voor het einde kwam het peloton in de slipstream van de drie leiders, want ook Alec Segaert had zich bij het leidende duo gevoegd. Sinds afgelopen vrijdag weten we dat ene Mathieu van der Poel zich nooit gewonnen geeft en dat de magie van de rode vod een verdovend effect kan hebben op de achtervolgers. Dit keer liep het echter anders. Van der Poel en de herboren Van Aert werden, net als Segaert, bijgehaald.
Noch de kopman van Alpecin-Premier Tech, noch die van Team Visma Lease a Bike, kwamen dus nog in aanmerking voor de overwinning maar het waren de nummers twee van hun teams die voor de zege spurtten. Christophe Laporte sprintte in het midden van de weg, Jasper Philipsen aan de linkerkant. De Limburger haalde het. Geen man overboord dus bij de manschappen van de gebroeders Roodhooft.
Jaspersen haalde het na 240,8 kilometer. Na twintig kilometer koers vormde zich een kopgroep met Dries De Bondt, Jules Hesters, Victor Vercouillie, Frits Biesterbos, Julius Johansen, Camille Charret, Matthijs de Vries en Wessel Mouris. Halfkoers spatte de grote groep in twee stukken. Na de beklimming van de Baneberg, op 91 kilometer van de finish, hervormde het peloton zich.
De eerste beklimming van de Kemmelberg zorgde opnieuw voor verbrokkeling in de grote groep. Hesters, Charret en Vercouillie hadden afgehaakt en kregen tijdens de tweede beklimming van de Kemmelberg het gezelschap van Wout van Aert, Florian Vermeersch en Mathieu van der Poel. Johansen werd er voorin uitgereden op de Baneberg.
De kopgroep spatte bij de derde en laatste beklimming van de Kemmelberg, nu langs de kant Ossuaire in plaats van Belvedère, helemaal uit elkaar. Wout van Aert en Mathieu van der Poel vonden elkaar, terwijl Vermeersch een kloof van tien seconden moest laten op dit tweetal. Het peloton – of wat daarvan restte – volgde op 1’15”. Onder de Menenpoort, met nog 25 kilometer te rijden, volgde Vermeersch op vijftien seconden en de grote groep op 55 seconden van het kopduo.
Vermeersch werd ingelopen op tien kilometer van de eindmeet. Alec Segaert kwam in zijn eentje in de laatste vier kilometer bij Van Aert en Van der Poel in het wiel. Het peloton volgde op vijftien seconden. Net voor de rode vod ging Segaert opnieuw versnellen. De twee anderen werden ingelopen.
Datzelfde lot was ook Segaert beschoren. In de daaropvolgende sprint hield Jasper Philipsen iedereen achter zich. Tobias Lund Andresen en Christophe Laporte maakten als respectievelijk tweede en derde het podium vol. Arnaud De Lie eiste de vierde plaats op.
De wedstrijd was dit jaar aan de 88ste editie toe, maar veranderde van naam en parcours. De start verhuisde van Ieper naar kustgemeente Middelkerke, waardoor de meer historische benaming ‘Gent-Wevelgem’ (ook al startte de wedstrijd al lang niet meer in Gent) werd ingeruild voor het verschrikkelijke ‘In Flanders Fields – From Middelkerke to Wevelgem’.
MATHIEU VAN DER POEL: ‘WE REDEN VANDAAG IN DIENST VAN JASPER’
Mathieu van der Poel: ‘Ik voelde dat ik niet super was vandaag en dit door mijn prestatie in de E3. Ik was goed maar ik miste een beetje frisheid. Dat heb ik al heel vroeg aangegeven. Ik had niet de benen om met 100 procent overtuiging naar de finish te rijden. Ik heb mijn deel van het werk gedaan.’
‘Zoals ik al voor de wedstrijd voorspelde hebben we heel de dag goed gecommuniceerd. Er werd meteen aangegeven dat Jasper nog goed zat. Ik heb wel meegereden vooraan maar steeds met het idee in het achterhoofd dat hij nog ging komen.’
‘Ik kreeg instructies van in de wagen. Ik moest er natuurlijk wel de vaart inhouden omdat er achteraan doorgereden werd maar zoals gezegd zat ik niet fris genoeg. Voor mijn doen heb ik vandaag defensief gereden. Eigenlijk heb ik de anderen gewoon maar gevolgd. Dat had ik op voorhand ook aangegeven bij de ploeg. Het is wel leuk om eindelijk deze koers te winnen met het team.’
‘Deze klassieker hadden we nog niet dus daar ben ik blij mee. Bij de laatste beklimming van de Kemmel stond de wind heel gunstig. Daar pakte ik uit met mijn enige actie van de dag. Ik wist dat we daar met Wout en Florian gingen over geraken en dat we zo druk konden blijven zetten op het peloton. Ik denk dat dit voor Jasper de beste optie was. Grote klasse van hem dat hij het uiteindelijk afmaakte.’
‘De radio van Wout werkte niet dus onderweg vroeg hij wat de verschillen waren. De mijne deed het wel dus heb ik hem gezegd welke voorsprong we hadden. Ondanks het gebrek aan frisheid ben ik tevreden over hoe we als ploeg gekoerst hebben. Dat was gewoon mooi. Ik wou niet diegene zijn die niet meekoerste maar hield wel in mijn achterhoofd dat ik nog wat moest overhouden indien we toch zouden moeten sprinten.’
‘Het was zeker niet zo dat ik me vandaag wat inhield met het oog op de Ronde. Twee jaar geleden had ik net hetzelfde. Ik was goed maar niet super. Uiteindelijk ben ik blij met de wedstrijd die ik heb gereden. Misschien had het wel mooi geweest om te zien wie het zou gehaald hebben in een spurt: Wout of ik.’
Wout van Aert: ‘Dit is natuurlijk balen maar deze afloop zat er een beetje aan te komen. Heel de finale leek het erop of we voor de overwinning aan het rijden waren maar het peloton kwam snel dichter. In de laatste kilometer viel de groep ons nog op de nek. Uiteraard had ik gehoopt dat het anders zou uitdraaien. Ik heb de koers gemaakt vanaf de tweede beklimming van de Kemmel.’
‘Dat punt had ik in gedachten. Ik wou daar de koers openbreken. Dat was ook het moment waarop de wedstrijd begon. Het voelde goed aan. Daarna was het een heel lastige finale. Ik kwam in een mooie kopgroep terecht. De laatste keer Kemmel kon ik Mathieu volgen. Ik dacht dat we het in eigen handen hadden om al dan niet voorop te blijven maar het lukte net niet.’
‘Initieel werkten Mathieu en ik goed samen. Toen was het echt rechtop, rechtaan. Daardaar hielden we die minuut voorsprong ook. Maar na Ieper reed Mathieu niet vol meer door. Toen was het voor hem de tijd om het tactisch aan te pakken. Op het eind had hij de luxe dat Philipsen er nog achter zat.’
‘Ik hoopte dat ik met Matthew (Brennan) in dezelfde positie zou verkeren maar helaas. Er was geen weg terug. Ik heb geprobeerd om de vlucht nog te doen slagen maar het lukte niet. Ik was bij de beteren van de wedstrijd vandaag. Ik ben tevreden over hoe ik heb kunnen koersen. De volgende wedstrijden komen er snel aan. Het is zaak om goed uit te rusten, hopen dat ik gezond blijf en dat alles mooi mag verlopen.’ Voor de volledigheid: Van Aert eindigde als 30 ste, Van der Poel als 35 ste.
De volgende Wereldbekerwedstrijd staat woensdag op de kalender met Dwars door Vlaanderen. Daar start Wout van Aert, Mathieu van der Poel (in principe) niet. In dat geval wordt bij zijn team opnieuw de kaart Philipsen getrokken.
Edwin MARIËN
Foto’s RV




