Jolan Cox kon naar Frankrijk, Roemenië en Israël maar koos voor Amigos Zoersel
SINT-JOB-IN-‘T-GOOR – Johan Cox (34) is teruggekeerd naar zijn heimat. Hij werd geboren in Wilrijk en speelde achtereenvolgens voor Amigos Zoersel, Puurs, Menen, Antwerpen, Maaseik, Nice, opnieuw Maaseik en nu opnieuw Amigos Zoersel. Met Maaseik werd hij twee keer landskampioen. Tevens was hij sterkhouder bij de nationale ploeg.
Een interview met Cox stond al langer op mijn ‘to do-lijst’ maar de loting voor de Belgische beker was me te snel af. Amigos Zoersel kwam uit tegen Maaseik, voor veel kranten de gelegenheid om hun licht eens te gaan opsteken bij Cox. Zaterdag lukte het wel. Plaats van afspraak: De Keysershoeve in zijn woonplaats Sint-Job-in-‘t-Goor maar slechts een boogscheut verwijderd van de sporthal van Zoersel.
‘Uiteraard was het te verwachten dat wij die match tegen Maaseik zouden verliezen. Er blijft een enorm verschil met de Liga A. Zij zijn professioneel. Vooral bij de opslagdruk was het verschil gigantisch, alsook qua stabiliteit. We verloren dan ook met 15-25, 15-25, 18-25. Er was geen discussie mogelijk. Ze waren de betere ploeg. De sfeer was goed. De supporters hebben genoten van de match. Ondanks het verlies blijft het leuk om Maaseik tegen een kleine club te zien spelen, al mag je niet vergeten dat Zoersel qua ledenaantal wel degelijk groot is.’
‘Het weerzien met Maaseik was leuk. Ik heb altijd goede relaties gehad met hen en dat gaat ook blijven. Het is altijd fijn wanneer je ze dan nog eens tegen komt. Ik was graag bij Maaseik gebleven maar de club heeft ervoor gekozen om niet met mij verder te gaan. Voor de exacte reden moet je bij hen zijn. Misschien vreesden ze dat door mijn leeftijd mijn niveau naar beneden zou gaan.’
‘Het was op zich geen goed seizoen vorig jaar. We hadden het moeilijk, kenden veel tegenslagen met talrijke blessures. Alles wat mis kon gaan liep mis. Ook op persoonlijk vlak liep er bij mij iets verkeerd. En uiteindelijk komt dat allemaal samen. Ik was echt van plan om naar het buitenland te gaan. Dat zat in mijn hoofd. Ik had wel wat mogelijkheden. Ik kon naar Frankrijk, naar Roemenië en naar Israël maar dat laatste zag ik helemaal niet zitten. De club lag dicht tegen de grens met Libanon. Dat kwam er nog eens bij.’
‘Ik zat lang thuis met mijn kinderen. Daarom besloot ik om toch maar in België te blijven. Clubs uit de Liga A hadden hun kern al samengesteld dus ben ik door een samenloop van omstandigheden opnieuw bij Amigos Zoersel beland. Ik heb nog niet beslist of dit mijn eindstation wordt. Indien ik nog plannen zou hebben om opnieuw hogerop te spelen, dan zal het als semi-prof zijn. Maar dat valt nog af te wachten.’
‘Nu ben ik uiteraard volledig amateur. Ik ben aan het rondkijken hoe ik mijn dagen kan vullen. Er is geen haast bij. Ik heb nog niet beslist welke kant ik wil uitgaan. Ik heb wel verschillende ideeën maar niet echt iets concreet. Ik heb al heel dikwijls de vraag gekregen of ik geen coach wil worden. Maar ik zie me niet als coach. Dat is niet voor mij weggelegd. Sportief manager zou ik wel kunnen. Ik weet welke spelers er potentieel hebben en welke niet.’
‘Omdat ik zonder ploeg zat hebben de mensen van Zoersel me gevraagd of ik wou komen meetrainen. Ik heb daar direct ‘ja’ op geantwoord. Op die manier kon ik mijn conditie op peil houden. Na drie-vier weken heb ik dan beslist om ook mee te gaan spelen. Waarom niet eigenlijk? Voorlopig bevalt het me wel. Amigos is net gepromoveerd naar Liga B. Ze eindigden als tweede. De ambitie is dan ook zo goed mogelijk eindigen en bevestigen dat we in deze reeks thuis horen.’
‘HOPELIJK LEVERT DE BENELIGA MET NEDERLAND OP TERMIJN IETS OP’
‘We staan nu in het midden van het klassement. Alles ligt heel dicht bij elkaar. Er is geen enkele ploeg die er bovenuit steekt. Ik vond dat mijn integratie vrij vlot ging. Ik voelde me welkom. Anders had ik die stap niet gezet.’
‘De eerste keer kampioen worden met Maaseik was één van de hoogtepunten uit mijn carrière. Ook de tweede maal was ik echt blij omdat dit na zeer spannende finalewedstrijden gebeurde. Bij de nationale ploeg heb ik eveneens veel leuke momenten gehad. We hebben het WK gespeeld. En vergeet niet het kwalificatietornooi voor de Spelen in China waar we net enkele punten tekort kwamen. Het feit dat we ons in die situatie hadden gebracht was eigenlijk al uitzonderlijk. Die momenten zal ik nooit vergeten. We stonden er zo dicht bij.’
‘Bij het huidige nationale team heb je een aantal spelers die er door beginnen te komen, die echt heel goed zijn. Daar zit zeker potentieel in. Ze hebben ervaren spelers zoals Sam Deroo en Stijn D’Hulst. Zeker Stijn is heel moeilijk te vervangen. En je hebt spelers als Reggers die nog heel jong is. Hij staat al erg hoog en zal enkel maar verbeteren.’
‘Wanneer je kijkt naar de media-aandacht die volleybal krijgt, moet je ons een kleine sport noemen terwijl wij Europees altijd wel twee ploegen in de Champions League hebben en twee in de CEV-Cup. In België draait alles rond voetbal en wielrennen. Dat zal zo blijven. Matchen uit de Champions League zijn via de livestream van Sporza te bekijken maar het blijft moeilijk.’
‘Er was een tijd dat Play Sports heel veel matchen uitzond maar dat is volledig weggeëbd. Er is wel een site van de liga waar je elke wedstrijd kan bekijken maar de opnames gebeuren via twee camera’s aan het plafond. Dat biedt niet dezelfde kwaliteit en bovendien is het zonder commentaar. Men was op de goede weg maar corona heeft alles serieus terug gedraaid. Voetbal recupereert daar makkelijker van dan de kleinere sporten.’
‘België vormt nu een BeNeLiga met Nederland. Hopelijk levert dat op langere termijn wat op. Op korte termijn geeft dat voorlopig nog niet veel. Vorig jaar waren de Nederlandse ploegen duidelijk minder dan de Belgische. Ondertussen heeft Orion zich stevig versterkt. Maar over het algemeen bekeken halen de Belgische ploegen een hoger niveau. In de Belgische competitie beginnen de middenmoters beter te worden en dichter aan te leunen bij de top. Ik denk dan aan Leuven. Zij doen het goed en blijven maar groeien.’
‘Mijn keuze voor het volleybal indertijd lag voor de hand. Mijn ouders volleybalden, net als mijn twee oudste broers. Ik ben dan ook begonnen en het liep niet slecht. Ook toen woonden we al in Sint-Job, op geen tien minuten rijden van de zaal. Ik speelde graag maar dacht niet echt na over mijn toekomst. Ik denk dat ik negentien was toen er eens een ploeg kwam informeren maar ik ben daar niet op ingegaan.’
‘EEN STAD ALS ANTWERPEN MOET TOCH EEN PROFPLOEG HEBBEN’
‘Op mijn twintigste besliste ik dan om voor Puurs te kiezen. Ik werd er onmiddellijk tweede opposite. Daarna werd ik eerste opposite gedurende een paar maanden en zo ben ik hogerop geklommen. Na Puurs ging ik naar Menen, Antwerpen en Maaseik. Stapje voor stapje heb ik de Belgische top bereikt.’
‘Het Antwerpen van nu kan je niet vergelijken met de club waar ik toen speelde. De naam is gebleven, het bestuur is volledig veranderd. Ik hoop voor hen dat ze nu iets rustiger opbouwen dan toen. Toen ging het allemaal wat snel waardoor ze in de put geraakten. Een stad als Antwerpen moet toch een profclub hebben. Bij de jeugd heb je veel clubs die heel groot zijn, waaronder Amigos. Qua ledenaantal zijn zij de grootste in België.’
‘De ligging is misschien niet ideaal maar toch spelen hier heel veel kinderen volleybal. Je hebt nog Sint-Antonius en Zoersel heeft ook nog een club met veel leden. Volleybal leeft hier dus wel.’
‘Bekijken we de nationale top dan stellen we vast dat die al jaren wordt gevormd door Maaseik en Roeselare. Maaseik speelt telkens weer voor de titel maar qua leden is dat helemaal geen grote club. Zij richten zich op de top. Het is niet makkelijk om in de Liga A te overleven als nieuwkomer. Amigos heeft het ook al geprobeerd maar het is hen niet gelukt om het lang vol te houden.’
‘De federatie wil meer ploegen aan de top. Nu zijn er maar negen teams wat heel weinig is en er staat niet meteen een ploeg te springen om te promoveren. Elke club heeft de keuze om al dan niet toe te treden. Zelfs als je geen kampioen wordt maar wanneer je kan bewijzen dat je het niveau aankan, mag je gaan. Maar voorlopig is er geen enkele club die dat wil doen.’
‘Amigos Zoersel is daar voorlopig ook niet toe in staat. Men heeft al werk genoeg met het vrouwenteam dat in de Liga speelt. Voor de mannen zijn de eisen iets groter waardoor clubs er moeilijker aan kunnen voldoen. Bij Maaseik trainden wij één tot twee keer per dag. Tussen twee trainingsbeurten door – tijdens de middag – ging ik naar mijn appartement om iets te eten en te rusten. Rond 15.30 uur ging ik dan terug om baltraining te doen.’
‘Het voordeel was wel dat mijn avonden vrij waren. Nu ligt dat anders. Ik begin me fysiek terug in orde te voelen. Dat heeft wat geduurd omdat ik zo laat gestart ben. Ik haal nog geen 100 procent maar het begint echt goed te gaan. We beschikken over een aantal goede spelers.’
‘We hebben Cédric Holvoet – de zoon van de voorzitter – op de pass. We beginnen elkaar steeds beter te vinden. Het gaat al heel goed, rekening houdend met het feit dat we nog niet zo lang samen spelen. Op de hoek hebben we potentieel met Tim De Roeck. Hij springt heel hoog. Jonathan Devriese heeft dan weer de ervaring gezien hij lang in de Liga A heeft gespeeld. Wij zijn met zijn tweetjes de enigen die hebben mogen proeven van de hoogste afdeling.’
‘Toen ik hier opnieuw toekwam wist ik dat het niveau veel lager zou zijn dan bij Maaseik. In het begin moest ik me wel even aanpassen. Maar in die twee maanden zijn we wel al een stuk gegroeid en er zit nog veel potentieel in.’
‘Moest mijn volleybalverhaal hier toch stoppen dan vind ik dat ik sowieso al een mooie carrière heb gehad. Ik ben er tevreden over. Misschien had ik iets meer in het buitenland kunnen doen maar net toen ik naar Frankrijk vertrok, heeft corona alles stil gelegd. Ik heb nadien voor zekerheid gekozen. Ik wist dat Maaseik heel stabiel was om terug te gaan. De ervaring in Nice was top. Het is er altijd goed weer. Maar als ploeg waren we niet goed.’
‘Je kan het slechter treffen dan te moeten leven in Nice. In Frankrijk zijn alle ploegen aan elkaar gewaagd. Iedereen kan van iedereen winnen. Wanneer je een match niet alles geeft mag je het vergeten. Het is een hele leuke competitie. Ze halen niet het niveau van Italië of Polen maar ze hebben veel goede ploegen. Ik zei dat ik naar Roemenië kon. Ook daar zitten een aantal ploegen die goed kunnen volleyballen maar indien ik had toegehapt, zou dat puur voor het financiële aspect geweest zijn.’
Edwin MARIËN


