Er zijn toch nog zekerheden. Van der Poel lukt dubbelslag: ritzege en gele trui

BOULOGNE-SUR-MER –  De Tourdirectie heeft er alles aan gedaan om er voor te zorgen dat deze Tour geen Walk in the Park wordt voor Tadej Pogacar. De bergritten werden dan ook meer op maat gesneden van Jonas Vingegaard, terwijl in de eerste wedstrijdweek de punchers aan de bak mogen komen. De puncher bij uitstek is Mathieu van der Poel. Aanvankelijk zag het er niet naar uit dat het hem zou lukken maar in de eindfase pakte hij vernietigend uit. Vanop kop beslechtte MVDP het pleit voor Pogacar en Vingegaard. Een mooier podium kan je je amper indenken.

Tweede Tourrit en tweede maal chaos aan de start. Gisteren viel het voor ons nog mee. We moesten met de auto tussen een zee van toeschouwers slalommen om van de start naar de perszaal (afstand een dikke drie kilometer) te geraken maar goed, dat gebeurt in Vlaanderen ook al wel een keertje. Anderen – die van start naar aankomst moesten – ongeveer dezelfde afstand – werden de verkeerde weg opgestuurd en kwamen tussen de renners terecht.

Vandaag was het echter nog een stuk erger. Dat het oude wijven regende, daar konden de organisatoren uiteraard niks aan doen, maar de start van een Tourrit – met duizenden volgwagens – plannen in het Hol van Pluto is vragen om problemen. Zoals steeds was het mjn bedoeling om drie uur voor aanvang ter plaatse te zijn maar dat mislukte volledig. Op één kleine kilometer voor de start stond ik meer dan een uur stil.

Dan maar teruggekeerd en onmiddellijk naar de aankomst gereden terwijl nog rijen rennersbussen in de file stonden op drie kilometer voor de start. Door de slechte weersomstandigheden waren de parkings – lees weides, die uiteraard overstroomd waren – niet bruikbaar. Men besloot dan maar om de rennersvoorstelling te annuleren – leuk voor die moedigen die het weer trotseerden. De renners mochten het wedstrijdformulier komen tekenen wanneer ze er zin in hadden. Voor sommigen gebeurde dat pas op het allerlaatste momentje (of net niet). Daarom werd de start met een kwartier uitgesteld. En dan weten dat dit met 209 kilometer de langste etappe was uit heel de Ronde van Frankrijk.

Het was de allereerste maal dat Lauwin-Planque de Tour ontving. Het dorpje telt ocharme 1 600 inwoners maar één ervan is wel de prefect van de regio Hauts-de-France, de sponsor zeg maar van de eerste ritten. Of er een vervolg komt is maar zeer de vraag. Aankomstplaats Boulogne-sur-Mer is dan weer bekend om één van haar voormalige inwoners: Franck Ribéry.

Integenstelling tot gisteren viel er onderweg aanvankelijk niet zoveel te beleven. Uiteraard was er weer de vroege vlucht, met onder meer Brent Van Moer, maar voor het overige  controleerden met name Alpecin-Deceuninck en Intermarché in de achtergrond de koers. Het was dus wachten tot wanneer de boel zou losbarsten. Gelukkig voor de renners reden ze wel het goede wer tegemoet. Na de stortbuien van ’s morgens kwam in de loop van de namiddag het zonnetje zelfs regelmatig piepen.

De vlucht duurde tot net na de enige tussensprint uit de wedstrijd, op 55 kilometer voor het einde, in Enocq. Wie zich vervolgens verwachtte aan een spervuur van aanvalspogingen kwam bedrogen uit. Er werd gezapig gereden aan een snelheid van minder dan 40 kilometer per uur met een attente Van Aert vooraan in de groep. Maar uiteraard was het wachten op de storm. Figuurlijk dit keer.

‘IK MOEST OP KOP BEGINNEN MAAR DAT WAS GEEN NADEEL. IK HAD DE FINALE BESTUDEERD’

Van Aert nam het initiatief bij de beklimming van de Côte de Haut Pichot (derde categorie op 30 kilometer voor de meet). Net als zijn grote rivaal (Vingegaard) gisteren pikte ook Pogacar één puntje mee voor de bergprijs door als tweede door te komen na Tim Wellens.

Het venijn zat in de staart met de beklimmingen van de Côte de Saint-Etienne-au-Mont (derde categorie, op iets minder dan negen kilometer voor het einde) en de Côte d’Outreau (vierde categorie, met nog iets meer dan vijf kilometer te rijden).

Net als gisteren had Visma Lease a Bike een plannetje. Zij schudden tijdens de voorlaatste helling aan de boom met eerst Campenaerts en dan Jörgensen. Een elitegroep van zes – met Van der Poel maar ook met Evenepoel en een zeer vlot rijdende Pogacar– kon van de anderen wegrijden maar zij werden opnieuw bijgehaald. De allerlaatste helling – een klimmetje van amper 500 meter – moest de wedstrijd in een beslissende plooi leggen.  Vingegaard leiddde voor Evenepoel en Pogacar maar plots leken de drie te beseffen dat er belangrijker opdrachten op hen wachten.

Even keken de renners uit de eerste gelederen naar elkaar maar toen gaf Van der Poel het volle pond. Vanop kop hield hij de anderen van zich af. De tweede ritzege voor hem in de Tour na zijn overwinning op de Mur de Bretagne van vier jaar geleden. Twee op twee voor Alpecin – Deceuninck. Zei Van der Poel gisteren al niet dat de Tour niet meer stuk kon? Vandaag boekte hij niet alleen winst maar pakte hij ook het geel. In de stand heeft hij een voorsprong van vier seconden op Pogacar en zes op Vingegaard.

Van der Poel: ‘Het was superzwaar. De finale was moeilijker dan ik dacht. Ik was echt gemotiveerd. Het was vier jaar geleden dat ik mijn eerste Tourrit won. Het werd dus tijd voor een tweede. Mensen noemden mij als een favoriet voor deze rit maar het was niet evident wanneer je ziet wie er allemaal mee voorin zat. Ik versla de allerbeste renners. Ik mag dus zeggen dat ik het goed gedaan heb.’

‘Net als toen pak ik het geel. Het was het wachten waard dus. Ik wist ik dat één van de favorieten was maar de leidersplaats is een leuke en onverwachte bonus. Ik probeer altijd mijn beste vorm te bereiken wanneer ik naar de Tour kom maar de voorbije jaren lukte dat niet echt. Daarom hebben we het dit keer anders aangepakt en heb ik de Dauphiné gereden.’

‘Onze voorbereiding op deze Tour was een kopie van de voorbereiding die we doen op de klassiekers. Dan rij ik de Tirreno, gevolgd door een hoogtestage. Nu was het een combinatie van de Dauphiné met een hoogtestage. Alle ritten die langer zijn dan 200 kilometer doen een beetje aan een klassieker denken. En uiteraard liggen koersen als Ronde van Vlaanderen en Parijs – Roubaix me wel.’

‘Ik had niet echt een superdag. Maar dankzij mijn ploegmaats zat ik overal goed gepositioneerd. Ik kon alle beklimmingen net overleven. Op het einde was ik zo gebrand op de zege dat ik dit niet kon laten liggen. Ik moest op kop beginnen maar eigenlijk vond ik dat niet erg. Ik had de finale goed bestudeerd. Ik heb vanmorgen nog beelden bekeken op video.’

‘Ik wist dat wie als eerste uit de bocht kwam, een goede kans had om de rit te winnen. Ik had gehoopt dat het niet meer zover zou zijn na de bocht want mijn benen begonnen vol te lopen maar ik had net nog genoeg over. Ik win hier tegen Pogacar en Vingegaard. Uiteraard geeft dat vertrouwen.’

‘Ik  dacht dat Jasper na vandaag de gele trui zou behouden omdat we wind op kop hadden in de finale. Maar het was lastiger dan ik verwachtte. Na de voorlaatste helling kregen we al een afscheiding van acht renners. Iedereen noemde mij als favoriet maar wanneer je ziet wie er nog allemaal voorin zat dan meen ik toch te mogen zeggen dat ik het goed heb gedaan. ‘

Alles wat nu nog komt is bonus. De inbreng van de gebroeders Roodhooft in onze successen is groot. Zij weten wat zij willen met het team, wat wij kunnen en – vooral – wat wij niet kunnen. Daar ligt een deel van ons succes.’

Morgen rijdt het peloton van Valenciennes naar Duinkerke. Voor de tweede keer op drie dagen tijd wordt de Mont Cassel aangedaan, op 31 kilometer van de aankomst in een rit van 178 kilometer. Normaal draait de rit uit op een massasprint maar dat dachten we gisteren ook.

Edwin MARIËN

Foto’s ASO