De Spelen van 1920 in Antwerpen werden gehouden op 19 locaties. Negen zijn verdwenen.
PYEONGCHANG – In het Koreaanse Pyeongchang heeft het Internationaal Olympisch Comité een lijvig document van 316 pagina’s voorgesteld waarin werd onderzocht wat er is gebeurd met de 982 locaties waarop ooit de Olympische Spelen werden gehouden. Ze werden allemaal bezocht, te beginnen met Athene, waar de eerste Spelen plaatsvonden in 1896, tot en met Beijing (Zomerspelen van 2022).
Uit de studie bleek dat 86 procent van de locaties nog steeds worden gebruikt. Daarbij scoren de laatst beoordeelde Spelen (Tokyo 2020 en Beijing 2022) het best. Zij halen 100 procent. De meest recente Spelen werden niet in de studie opgenomen wegens overbodig. Wij waren uiteraard benieuwd wat er is geworden van de negentien locaties waar de Spelen van 2020 werden gehouden. Welke zijn nog in gebruik?
Voor de Olympische Spelen van Antwerpen in 1920 werden negentien wedstrijdlocaties gebruikt, waarvan er tien vandaag de dag nog steeds in gebruik zijn. Vijftien van de wedstrijdlocaties bestonden al, twee waren nieuw en twee waren tijdelijk. Veel van de bestaande locaties werden voor de Spelen gerenoveerd. De twee tijdelijke locaties zijn ontmanteld. Zes van de bestaande locaties en één nieuwe locatie zijn gesloopt. Hoewel veel van de overgebleven locaties zijn gemoderniseerd, bieden slechts enkele nog steeds hoogwaardige sportfaciliteiten.
Het Olympisch Stadion, dat speciaal voor deze gelegenheid werd gebouwd, was het toneel van de openings- en sluitingsceremonie en verschillende wedstrijden. Er was geen officieel Olympisch Dorp. Zeven van de locaties lagen buiten Antwerpen, waaronder één in Nederland, dat ook zou worden gebruikt tijdens de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam.
OLYMPISCH STADION ANTWERPEN: Voor de Olympische Spelen van 1920 werd het terrein gebruikt door Beerschot Athletic Club voor trainingen. Het stadionproject omvatte de bouw van een nieuwe tribune, de uitbreiding van bestaande tribunes, de verlenging van de atletiekbaan en de aanleg van een toegangsweg. Tijdens de Spelen had het stadion een capaciteit van 35 000 toeschouwers. Na de Spelen werden verdere werkzaamheden uitgevoerd om het stadion om te bouwen tot een voetbalstadion voor Beerschot. In 2000 onderging het stadion een ingrijpende renovatie. De atletiekbaan werd verwijderd, er werden vier afzonderlijke tribunes gecreëerd en de capaciteit werd teruggebracht tot 13 000 toeschouwers. De club speelt nog steeds zijn thuiswedstrijden in het stadion, maar sinds de Olympische Spelen van 1920 hebben er geen andere grote evenementen meer plaatsgevonden.
ROYAL BEERSCHOT TENNIS AND HOCKEY CLUB: De locatie, gebouwd in 1899 en gelegen naast het Olympisch Stadion, beschikte tijdens de Spelen over veertien gravelbanen.
De club, die nu negen buitenbanen en zeven binnenbanen telt, is omgedoopt tot Tennis 7
de Olympiade en organiseert het hele jaar door regionale en nationale tenniswedstrijden, waaronder het Tornooi van de Stad Antwerpen.
BUITEN-IJ: Dit watergebied, gelegen in Amsterdam, ten noordoosten van het stadscentrum, was de zeillocatie tijdens de Spelen van 1920 in Antwerpen en van 1928 in Amsterdam, toen het gastheer was voor de eenmansklasse van de Olympische monotype. Het gebied maakt nu deel uit van de haven van Amsterdam.
FEESTZAAL, KONINKLIJKE ZOÖLOGISCHE MAATSCHAPPIJ: Deze zaal, die deel uitmaakt van de in 1844 geopende dierentuin van Antwerpen, was de locatie voor de boks- en worstelwedstrijden. De zoo, die jaarlijks meer dan één miljoen bezoekers trekt, herbergt één van ’s werelds meest geavanceerde onderzoekscentra voor dieren.
HET KANAAL VAN WILLEBROEK: Hoewel het kanaal voornamelijk wordt gebruikt voor het vervoer van goederen en overstromingsbeheer, zijn er sinds de Spelen roeiwedstrijden gehouden en wordt het gebruikt door de Royal Sport Nautique de Bruxelles (RSNB) voor recreatief roeien, trainingen, en wedstrijden zoals de Brussels Winter Rowing Regatta. Het is niet duidelijk welke faciliteiten er voor de roeiwedstrijden zijn gebouwd, maar aangenomen wordt dat deze tijdelijk waren.
KAMP VAN BEVERLOO: In het kamp werden de schietwedstrijden gehouden. Het werd geopend in 1839 en werd in 1845 een permanente militaire basis – een status die het tot op de dag van vandaag behoudt. Het werd in beide wereldoorlogen bezet door Duitse troepen en gebruikt als krijgsgevangenenkamp. In 1944 werd het gedeeltelijk beschadigd door een bombardement van de geallieerden. In 1976 werden de barakken gemoderniseerd en werden er honderden huizen gebouwd voor de gezinnen van het daar gestationeerde personeel. Het is het grootste garnizoen van België.
IJSPALEIS: Dit was de locatie voor het ijshockey en het kunstschaatsen. Het Ijspaleis werd in 1910 geopend als rolschaatsbaan en werd een jaar voor de Spelen omgebouwd tot ijsbaan. Later werd het gebruikt als garage en taxidepot en in 2016 werd het ontmanteld.
DE VELODROOM VAN ZURENBORG: De locatie werd geopend in juni 1914 en had een betonnen baan van 400 meter. Naast de vier Olympische baanwielrenwedstrijden werden er ook de Wereldkampioenschappen van 1920 en de finish van een etappe van de Ronde van België gehouden. Na de Spelen werd het binnenveld gebruikt als voetbalveld. De wielerbaan werd in 1925 gesloopt om plaats te maken voor woningen.
JULES OTTENSTADION: Het stadion was de locatie voor de eerste rondewedstrijd tussen Italië en Egypte tijdens het Olympisch voetbaltornooi en was 93 jaar lang de thuisbasis van voetbalclub KAA Gent. Het werd meerdere keren gerenoveerd en in 1986, 1992 en 2002 werden er nieuwe tribunes gebouwd. Toen de club in 2013 naar een nieuw stadion verhuisde , werd hun oude thuisbasis gesloopt. Op de plek staat nu een woonwijk.
BROODSTRAATSTADION: Het stadion werd geopend in 1908 en was in 1920 het toneel van twee wedstrijden tijdens het Olympisch voetbaltornooi. Het was de thuisbasis van Royal Antwerp FC tot 1923, toen de club verhuisde omdat het stadion te klein was geworden voor het groeiende aantal supporters. Het stadion bestaat niet meer, maar de datum van de sloop is niet bekend.
WIELRENNEN IN MERKSEM: De individuele en ploegentijdritten werden op hetzelfde parcours van 175 kilometer verreden. De renners vertrokken met tussenpozen van vier minuten vanuit Merksem en reden naar Turnhout, Mol, Heist-op-den-Berg en Lier voordat ze terugkeerden naar de stad. De eerste crosscountry-etappe van de driedaagse eventingwedstrijd (een race van 50 kilometer), die grotendeels op wegen plaatsvond, eindigde ook in de buurt van Merksem, hoewel de exacte locatie van de finishlijn niet bekend is.
ANTWERP WATER SPORTS STADIUM: De locatie bestond uit drie parallelle zwembaden met aan het ene uiteinde een clubhuis. In het grote zwembad was een 50 meter lange zwembaan met zeven startposities aangelegd, terwijl het middelste zwembad was gereserveerd voor de waterpolowedstrijden. Het stadion werd na de Spelen ontmanteld.
Andere locaties: Hoogboom Country Club (eventing, schieten)
Nachtegalenpark (boogschieten)
Middelheimpark (schermen voor moderne vijfkamp)
Schietbaan van het Kiel (schieten voor moderne vijfkamp)
Dudenpark (voetbal)
Wellingrenbaan Oostende (polo)
Noordzee Oostende (zeilen)
Edwin MARIËN


