Belgische touwtrekkers naar Wereldspelen: ‘Na de weging een dag zoveel mogelijk eten’

RETIE – Van donderdag 7 tot en met zondag 17 augustus vinden in het Chinese Chengdu de Wereldspelen plaats, de Olympische Spelen voor niet-Olympische sporten zeg maar. Onze provincie is goed vertegenwoordigd en dat komt door de aanwezigheid van twee korfbalteams en twee ploegen in het touwtrekken. Want touwtrekken is een op-en-top Kempische sport. Tijdens de vorige editie, in het Amerikaanse Birmingham, kwamen de touwtrekkers met brons naar huis. Ook in de acrobatische gymnastiek, het korfbal en het jiu-jitsu zijn we zo goed als zeker van een medaille.

Kan je het je voorstellen? Rudi Garcia, Serge Pauwels of Mike Thibault die zegt: ‘Een interview? Geen probleem. Maar ik ben aan het werk als schilder in Kasterlee. Kom maar naar het veld in Retie.’ Nochtans is dat wat ons overkwam toen we bondscoach Ief Smets, die zelf in Dessel woont, contacteerden. Touwtrekken is een op en top amateursport al pakt men de Wereldspelen wel professioneel aan.

Smets (zie foto hieronder): ‘De bedoeling van touwtrekken is de sterkste zijn. Daarvoor moet je het touw vier meter achteruit trekken. Dit is één van de weinige sporten waar je je tegenstander over de meet moet trekken om te kunnen winnen. Het tegenovergestelde van wat je in de Tour moet doen dus.’

‘Heel belangrijk bij touwtrekken is de ondergrond. Ik probeer al heel lang om contacten te leggen om info te krijgen over de ondergrond op de Wereldspelen maar dat is niet gemakkelijk. Men zegt dat augustus er pal in het regenseizoen ligt. De grond zal het water moeten weg krijgen. We verwachten ons aan zandgrond. Ik weet wel dat ze al van veld zijn moeten veranderen omdat de wereldbond touwtrekken het een te zachte grond vond. Dan duren de wedstrijden te lang.’

‘Vorig jaar, op het WK in Duitsland, duurden wedstrijden ongeveer een kwartier. Het komt er op aan om af te wachten en te zien wie de zwakke schakel bij de tegenstander is. Ga je die dan nog zwakker maken door aan te vallen of ga je nog wachten? Dat moet je allemaal in overweging nemen. Je moet de tegenstander eerst iets geven waar hij niks mee is. Daar begint het tactische. Maar je hebt ook grond waar de power naar boven komt, waar alleen maar trappen komen van twee-drie centimeter en waar je de ene voet voor de andere kan zetten. Dan wint sowieso de sterkste.’

‘Al die verschillende ondergronden vragen om een specifieke training. We proberen nu op beide ondergronden te oefenen. Als nationale ploeg trainen we nu op alle locaties waar zich een touwtrekveld bevindt. Tijdens de winter hebben we heel veel binnen getraind in maneges in zand zodat we de basis zouden hebben om het touw zolang mogelijk te kunnen vasthouden. Nu is daar de krachttraining bijgekomen en het samenwerken als ploeg.’

‘De zes beste landen van het WK zijn gekwalificeerd voor de Wereldspelen. Eerst speelt iedereen tegen iedereen, vervolgens speelt het nummer één van die voorronde tegen het  nummer vier en het nummer twee tegen het nummer drie. De winnaars daarvan plaatsen zich voor de finale.’

‘DE ACHT BELGISCHE TOPPLOEGEN SITUEREN ZICH ALLEMAAL IN DE KEMPEN’

‘De Belgische competitie is anders dan de Wereldspelen. Op de World Games heb je puur gewichtsklassen. Er worden drie wedstrijden gehouden: voor mannen, voor vrouwen en gemengd. In België hebben we niet genoeg ploegen daarvoor. We hebben een systeem bedacht dat iedereen tegen iedereen kan trekken. Je mag in onze competitie zeven of acht mannen opstellen, die uiteraard samen onder een bepaald gewicht moeten blijven.’

‘Stel je een vrouw of een jeugdspeler op, dan krijg je extra kilo’s. Er zijn dus ploegen die acht mannen opstellen, anderen doen het met vier mannen en vier vrouwen maar die wegen dan iets meer.’

‘In België zijn acht ploegen heel actief, ook op internationaal vlak. Drie anderen spelen eerder recreatief. Zij trainen maar één keer in de week en hun spelers letten niet meteen op hun gewicht. Die acht topploegen situeren zich allemaal in de Kempen. Retie, waar we nu zitten, is al een uithoek. Je hebt verder teams in Sint-Lenaarts, Brecht, Hoogstraten, Merksplas, Weelde, Nijlen en Lichtaart.’

‘Verder is nog een Nederlandse club recreatief aangesloten bij onze bond. In Nederland zouden zij twee-drie uur moeten rijden om aan competitie te doen terwijl de Noorderkempen voor hen vlakbij liggen. De andere recreatieve ploegen zitten in Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen.’

‘Touwtrekken in België is ontstaan in Oost-Vlaanderen. Maar toen de sport internationaal werd is het epicentrum verschoven naar Antwerpen en is het niveau ook gestegen. Tijdens ons eerste wereldkampioenschap werden we van het kastje naar de muur getrokken. Toen zijn we beginnen investeren. We hebben hier in Retie een hal gezet. Andere clubs zijn ons gevolgd. Alle acht topclubs hebben een eigen accommodatie en een winteroverkapping zodat zij in dat seizoen niet stilvallen. In de winter moet je doortrainen om een goede basis te hebben. Anders kom je in de zomer tekort.’

‘De club hier heet ‘Familie Janssens’. De oorsprong situeert zich tijdens de kermis. Vader ging met zijn twee zonen en zijn drie schoonzonen touwtrekken. Ze wonnen en vonden het plezant. Vervolgens breidde de club zich uit met vrienden van de familie maar de naam is blijven bestaan. Het verhaal van de Mertensmannen uit Hoogstraten is ongeveer hetzelfde. De Berketrekkers zijn dan weer ontstaan uit KLJ Merksplas.’

‘Internationaal spelen we dus acht tegen acht. In België variëren de teams van zeven spelers (indien het allemaal stoere mannen zijn) tot tien (indien er vrouwen en/of jeugdspelers worden opgesteld). In het totaal hebben we een 300-tal actieve leden in ons land. Mijn basiskern voor de 640 (dat is het totale gewicht dat de spelers mogen torsen, EM) bestaat al van 2017.’

‘GEEN MEDAILLEKANDIDAAT? DAN KAN JE GEDEELTELIJK OPDRAAIEN VOOR DE KOSTEN’

‘In de winter heb ik een eerste selectie gemaakt van 30 spelers die in aanmerking kwamen voor de Wereldspelen. Ik heb gekeken naar spelers met ambitie, die een toegevoegde waarde zouden kunnen zijn. Uiteindelijk zijn we uitgekomen op een selectie van twintig. Onze sport vraagt veel opofferingen. Je moet voortdurend een strijd leveren tegen je gewicht en veel trainen.’

‘We zijn met twee ploegen gekwalificeerd voor de Wereldspelen: de mix en de mannen 640. We zijn twee keer geplaatst doordat we vice-wereldkampioen zijn. We hebben telkens verloren tegen de Zwitsers in de finale. In het touwtrekken zijn zij altijd de favoriet. De Nederlandse mannen doen het ook steeds goed. We hebben samen met hen getraind. In het begin van de training staken wij er ver bovenuit, op het eind lagen we een beetje onder.’

‘Het is belangrijk wanneer je tegen welke ploeg aan de slag moet. In welke fase van het tornooi? Hoe later in het tornooi, hoe meer je vermoeid bent. Duitsland doet mee en verder outsider Taiwan. Zij hebben de zesde plaats gekregen omdat men niet wou dat er alleen maar Europese teams deelnamen. Gastheer China mag niet meedoen omdat hun niveau echt te laag is. Maar iedereen die wel deelneemt gaat voor het podium. Zo kort zitten we bij elkaar. Het zesde land dat zich kon kwalificeren is Engeland.’

‘Op het WK in Duitsland zaten we in de reeks met Zwitserland. Na hen zijn wij als tweede uit de reeks gekomen. Zweden was derde, Baskenland vierde en Chinees Taipeh vijfde. Baskenland kan echter niet deelnemen aan de World Games.’

 

‘Vroeger mochten we van het Belgisch Olympisch Comité alleen maar mee wanneer we medaillekandidaat waren. Voor de vorige Wereldspelen hadden we nog nooit een medaille behaald bij de mannen. Nu waren de vereisten: een medaille pakken op het laatste WK of de laatste Wereldspelen. Anders moesten we opdraaien voor een deel van de kosten. Eigenlijk kwam het erop neer dat we dan ons vliegtuigticket hadden moeten betalen.’

‘De vorige maal was dat dus het geval. Maar toen we met zilver naar huis kwamen heeft het BOIC alles wel terugbetaald. We zijn een teamsport. Het gaat al onmiddellijk over veel geld. Onze bond heeft geen geld. De triatleten bijvoorbeeld kunnen terugvallen op hun bond. Onze federatie steekt haar centen in het beter en groter maken van de clubs. Zij zorgen voor het organisatorische.’

‘De spelers die naar het wereldkampioenschap zijn gegaan hebben dat ook allemaal zelf moeten betalen. Sommigen kunnen dan terugvallen op hun club die een fuif of een eetdag organiseert om hun leden te kunnen laten deelnemen.’

‘Sinds de warmte in ons land is begonnen zijn we gestart met hittetraining. In China mogen we ons verwachten aan 35 graden en een luchtvochtigheid van 75 procent. We beschikken dus over extra kledij en trainen vier keer per week: op zaterdag, zondag, dinsdag en donderdag. Op dinsdag 5 augustus reizen we af. We zijn nog op zoek naar koelvesten. Die aankopen voor eenmalig gebruik is wat duur dus ik probeer ze ergens te kunnen lenen. Ik heb contact opgenomen met wielerploegen maar die reageren niet. We hebben ze echt wel nodig want het is zaak om ginder gekoeld te geraken.’

‘OP 7 AUGUSTUS WORDEN DE SPELERS GEWOGEN. VANAF DAN MOETEN ZE VOLOP BEGINNEN ETEN’

‘De opwarming duurt vijf minuten. Vervolgens heb je een wedstrijd van een vijf tot tien minuten en dan heb je een kwartiertje de tijd vooraleer de volgende match begint. Heel de competitie wordt immers afgewerkt op één dag. Op woensdag 6 augustus komen we aan en op zaterdag 9 augustus moeten we aan de slag met de mannen en op maandag 11 augustus met de mix.’

‘Eten – maar vooral ook niet eten – is belangrijk. Ik heb spelers die nog vijf kilo moeten afvallen tegen donderdag 7 augustus. Dan wordt iedereen gewogen. Vanaf dat moment komt het erop aan om twee dagen lang, tot aan de competitie, zoveel mogelijk te eten. We zullen op zoek moeten naar zuivere kip en zuivere pasta. Altijd heel gevaarlijk want zonder dat je het weet is dat eten aangelegd met één of andere olie die je niet verdraagt en in plaats van bij te komen zit je met diarree. De spelers vertrekken met zo weinig mogelijk eten in hun lichaam. Dan ben je nog vatbaarder voor die dingen.’

‘Ik ben blij dat ik kan vertrekken met de selectie die ik in mijn hoofd had. Iedereen is gezond en fit. Eén iemand heeft tijdens het begin van het jaar een auto-ongeluk gehad. Die heeft drie weken niet kunnen trainen maar dat was het enige incident. In onze sport kennen we heel weinig blessures. Iedereen heeft stevige schoenen aan. Je bent statisch. Je wordt niet van links naar rechts gesleurd. Alles is onder controle. Je lichaam zet je voet automatisch op de juiste plek. En we zijn geen contactsport. Dat scheelt ook veel. In Nederland is er vorig jaar iemand gevallen op de trekker die achter hem stond en die had een scheenbeenbreuk maar dat is één van de weinige incidenten die zich hebben voorgedaan.’

 

‘We verwachten ook wel wat van onze mix. Dat is het uithangbord van het touwtrekken op dit ogenblik. Onze sport probeert Olympisch te worden. Daarvoor moet je een gemengde sport zijn. Vier mannen en vier vrouwen nemen het op tegen een ploeg met ook vier mannen en vier vrouwen. Het is moeilijk in te schatten voor wie de belangrijkste rol is weggelegd. ‘Samen sterk’, zeggen wij dan.’

‘Alle mannen kunnen meedoen in een mannenploeg maar niet alle mannen kunnen meedoen in de mix. Dat is een speciale discipline. De mannen dragen de ploeg. De ankerman – de man met het zeel rond zich – is heel vaak een man door de druk die hij op zijn benen krijgt. Maar in Birmingham heeft Engeland – met een vrouw in de anker – wel de World Games gewonnen. In onze club staan twee vrouwen eerst, twee mannen in het midden, dan weer twee vrouwen en twee mannen achteraan.’

‘In de mix zijn de tegenstanders ongeveer dezelfde als in de mannencompetitie. Alleen Engeland is eraf gevallen. Zij hebben hun (zesde) plaats moeten afstaan aan Taïwan.  Ook de Italianen zijn hiervoor gekwalificeerd. Bij de vrouwen waren we als zesde geplaatst maar ook zij zijn weggevallen omdat er anders teveel Europese teams zouden zijn.’

*DE SELECTIE (met woonplaats): Wim Broeckx (Hoogstraten), Christel Covens (Dessel), Wim De Schutter (Retie), Robbe Gogelmans (Brecht), Jan Hendrickx (Dessel), Lotte Keysers (Brecht), Robbe Keysers (Brecht), Luc Mertens (Hoogstraten), Raf Mertens (Hoogstraten), Kristel Mijnendonckx (Retie), Colette Ruts (Geel), Wouter Raeymaekers (Mol), Ive Schildermans (Retie), Johny Schuermans (Merksplas), Ief Smets (Dessel), Gitte Snoeijs (Rijkevorsel), Jeroen Sturm (Kalmthout), Bart Van Thillo (Hoogstraten), Dries Verleije (Vosselaarl), Joris Vermeiren (Wuustwezel)

Edwin MARIËN

Foto’s EM & Ief Smets