Applausmeter ontploft voor Van Aert, die, net als VDP, hoofd buigt voor de Oppermachtige

OUDENAARDE – Wat een kanjers aan de start, wat een wedstrijd en wat een uitslag vandaag in de Ronde van Vlaanderen. Eigenlijk hadden velen dit resultaat voorspeld: Pogacar als winnaar, Van der Poel als nummer twee, Evenepoel als derde en Van Aert – die duidelijk de publieksprijs kreeg van iedereen die tussen Antwerpen en Oudenaarde aan de kant stond toe te kijken, als nummer vier.

Pogacar won nu vier monumenten op rij: Luik-Bastenaken-Luik, Ronde van Lombardije, Milaan-Sanremo en vandaag de Ronde van Vlaanderen met tussendoor – best even niet vergeten – de eindzege in de Tour. Het is zijn elfde overwinning als prof. Dit jaar reed hij drie wedstrijden: Strade Bianche, Milaan-Sanremo en de Ronde. Hij won ze allemaal. Maak er na volgende zondag maar vier van. Niemand zal hem verschalken in Parijs-Roubaix.

De 110de Ronde van Vlaanderen startte in Antwerpen. De aankomst lag 278,2 kilometer verder in Oudenaarde. De 27-jarige Pogacar zette bij de laatste beklimming van de Oude Kwaremont orde op zaken door Mathieu van der Poel uit zijn wiel te rijden. De Nederlander van Alpecin-Premier Tech werd tweede. Remco Evenepoel behaalde bij zijn debuut meteen een podiumplaats. Wout van Aert legde beslag op plaats vier, voor de Deen Mads Pedersen.

De koers brak na 25 kilometer open dankzij een vroege vlucht met dertien renners, met daarbij onder meer Luca Van Boven, Dries De Pooter, Frederik Frison en Victor Vercouillie. Op de Molenberg zonderden zich zestien renners af van het peloton. Daarbij zaten topfavorieten Pogacar, Van der Poel, Van Aert, Evenepoel en Pedersen. Na 200 kilometer koers smolten beide groepjes samen.

Tijdens de tweede beklimming van de Oude Kwaremont ranselde Pogacar de omvangrijke kopgroep uit elkaar. Enkel Van der Poel en Evenepoel konden het wiel van de wereldkampioen houden. Van Aert moest een kloofje laten, net als Pedersen. Evenepoel moest er op de Paterberg voorin af, maar bleef jacht maken op de twee koplopers terwijl Van Aert steun vond bij Pedersen.

 

Evenepoel zag het duo voor zich alsmaar kleiner worden. Pogacar drukte aan de voet van de laatste keer Oude Kwaremont het gaspedaal helemaal in. Van der Poel moest meteen een kloofje laten. Pogacar stoof ook de Paterberg, de laatste helling van de dag, op en telde daar vijftien seconden voorsprong op Van der Poel. Evenepoel werd 55 seconden teruggezet, Van Aert had afstand genomen van Pedersen in zijn jacht naar de vierde plaats.

Aan deze posities wijzigde in de laatste dertien kilometer niets meer. Zo pakte Tadej Pogacar zijn derde zege in de Ronde van Vlaanderen waardoor hij mederecordhouder wordt. Volgende week zondag in Parijs-Roubaix heeft hij een afspraak met de geschiedenis. Bij winst in de Helleklassieker voegt hij zich bij het rijtje Rik Van Looy, Eddy Merckx en Roger De Vlaeminck, de enige drie renners die in hun carrière alle vijf de monumenten op hun naam konden schrijven.

POGACAR EN EVENEPOEL NEGEREN ROOD LICHT, VAN DER POEL EN VAN AERT WACHTEN

Er deed zich tijdens de wedstrijd een incident voor in Wichelen, dat nog een staartje kan krijgen voor de politierechter. Een groep van twintig tot 30 renners negeerde, na 60 kilometer koers, met nog 219 kilometer voor de boeg, een spoorwegovergang waar het rode licht brandde. Het parket van Oost-Vlaanderen meldde na afloop dat het de daders gerechtelijk zal vervolgen.

Het incident deed zich voor bij de spoorwegovergang in de Paepestraat tijdens de koers. Bij de overweg sprong het licht op rood, maar een eerste deel van de grote groep renners negeerde het rode licht. Onder hen onder meer Tadej Pogacar en Remco Evenepoel. Pas toen de slagbomen naar beneden gingen, zette het peloton met onder meer Wout van Aert en Mathieu van der Poel voet aan grond.

 

De eerste groep van twintig à 30 renners werd niet uit de koers genomen, maar moest wel de tweede groep laten terugkomen. Een woordvoerder van het parket van Oost-Vlaanderen verklaarde dat ‘de overtreders zullen worden geïdentificeerd en er zal een pv van worden opgemaakt.’

De zaak zal dus verder worden onderzocht. Het negeren van een rood licht bij een spoorwegovergang is een overtreding van de vierde categorie, wat een verschijning voor de politierechtbank inhoudt.

Mathieu van der Poel stond voor de zevende keer op het podium in de Ronde. ‘Ik kan alleen maar tevreden zijn. Als er iemand beter is moet je je daar ook bij neerleggen. Ik heb één probleem: er rijdt een fenomeen rond.’

‘Heel het peloton werd langzamerhand gewurgd door Pogacar. Dit scenario had je vooraf kunnen schrijven. Ik heb alles gedaan wat ik moest doen, maar er was iemand sterker. Daar is niets aan te doen. Ik reed 650 watt en kon het wiel niet houden.’

‘Wielrennen is simpel. Ik moest de wet van de sterkste ondergaan. Ik bleef daarna even hangen en kwam op het tussenstuk van de Oude Kwaremont iets dichter, maar hij had nog een versnelling in huis. Toen brak ik.’

 

‘Ik zat goed geplaatst op de Molenberg maar ik had niet verwacht dat daar de beslissing al zou vallen. Ik vond het niet slecht dat dat gebeurde. Dat nam een beetje de druk om te positioneren weg als aanloop naar de tweede keer Kwaremont. Daar zat ik in een goede positie maar werd ik links een beetje opgesloten tegen de nadarafsluiting.’

‘Ik moest van ver komen en dat heeft me echt wel wat krachten gekost om boven te geraken. In heel de heuvelzone hadden we wind mee. Ik wist dus dat daar de beslissing zou vallen. Ik hoopte te overleven maar hij ging te snel.’

‘De doortocht op de Kwaremont was alweer indrukwekkend. Je rijdt als het ware door de geluidsmuur. Voor een renner is dat best leuk om mee te maken. Maar voor het overige heb ik niet echt veel genoten maar vooral afgezien. Bij de eerste keer Kwaremont ging het nog maar tijdens de laatste beklimming was het gewoon ‘kop naar beneden en zo hard mogelijk trappen.’’

‘Ik heb niet achterom gekeken, ik zag net pas op het tv-scherm hoe dicht Evenepoel was genaderd. Ik heb mijn beurten gedaan, maar niet te gek. Tadej bleef hard doortrekken op elk stuk. Het was afzien. Het was het mooiste geweest als ik op het hoogste schavotje had gestaan.’

‘Maar ik was realistisch genoeg om te weten dat Tadej altijd de te kloppen man is. Ik heb alles gegeven wat ik kon en denk dat ik het niveau haalde dat ik voor ogen had. Maar hij was te sterk. Ik wist dat hij me op het eerste deel zou proberen te lossen.’

 

‘Ik had de indruk dat ik vervolgens terug wat dichterbij kwam maar hij versnelde nogmaals en toen brak het bij mij. Ik denk dat ik een beetje op mijn limiet zat. Soms moet je je bij bepaalde dingen neerleggen. Dat is koers.’

‘Ik wist dat het moeilijk zou zijn. Ik zat op mijn tandvlees en had niet de benen om terug te komen. Op het einde reed ik tegen 60 kilometer per uur maar heel veel zegt dat niet want er stond behoorlijk wat wind. Volgende week staat Parijs-Roubaix op het programma. Dat wordt alweer een zware opdracht met niet alleen Tadej als te duchten tegenstander.’

‘Alhoewel, vorig jaar was hij daar ook al bij de besten. Hij moest alleen maar door een foutje lossen vooraan. Normaal ligt het deelnemersveld daar wel iets dichter bij elkaar. Bovendien speelt de factor geluk dan een belangrijke rol.’

‘Ik kijk gewoon naar mezelf en probeer me zo goed mogelijk voor te bereiden. Ik probeer mijn hoogste niveau te halen maar als Pogacar dan nog sterker is moet ik me daar bij neerleggen.

 

WOUT VAN AERT: ‘IK MOET MADS BEDANKEN VOOR EEN GEWELDIGE RIT’

 

Wout van Aert: ‘Ik ben kapot. De benen ‘spraken’ voldoende. Ik was eerlijk gezegd een beetje verrast dat de finale al geopend werd op de Molenberg. Ik zat wat te ver. Ik moet mijn ploeggenoten bedanken dat ze me in een oké positie afzetten aan de voet. Dat was al een cruciaal moment.’

‘Het was geen slechte situatie daarna, want ik had Christophe (Laporte) mee. Voor ons was er geen reden om vol mee te draaien. Ik kwam bij de tweede keer Oude Kwaremont zoals ik wilde. Zoals ik voorspeld had, kwam het daar gewoon op de benen aan.’

 

‘Ik zat op de eerste rij bij de aanval van Pogacar. Ik kon niet volgen en ik ontplofte een beetje. Daar baalde ik van. Maar goed, indien ik had kunnen volgen, dan was ik er later toch afgereden.’

‘We konden alleen terugkeren als ze vooraan naar elkaar gingen kijken, maar je moet erin blijven geloven. Ik moet Mads bedanken voor een geweldige rit. We werkten goed samen. Het zat er niet in om terug te komen, maar we hebben gedaan wat we konden. Je weet immers nooit wat er gebeurt. Er kan altijd iemand instorten of vooraan kan men naar elkaar beginnen kijken.’

‘Ik denk dat het een ongelofelijke finale was. Iedereen kwam één voor één over de finish. Ik ben in ieder geval blij met mijn optreden. Ik hoopte misschien op iets meer, maar dit was vandaag het hoogst haalbare. Ik heb gereden met de intentie dat het podium halen nog mogelijk was. Uiteindelijk was het ieder voor zich. Of Roubaix meer iets voor mij is dan voor Tadej? We zullen zien.’

Parijs-Roubaix is inderdaad de volgende Wereldbekerwedstrijd. Woensdag staat de Scheldeprijs op het programma maar daar is het deelnemersveld ‘iets’ anders gestoffeerd en bestaat het vooral uit snelle benen.

Edwin MARIËN

Foto’s Malin – Sajin Veliyath – Eric T’Kindt – Billy CEUSTERS