Achtvoudige Duffelse sportvrouw, Liesbet De Smet, zoekt tegenstanders voor haar sport

DUFFEL – Iedereen van ons kent snelwandelen. Eén keer om de vier jaar kijken we ernaar wanneer tijdens de Olympische Spelen enkele mannen en vrouwen zich op een bizarre manier een weg banen. Bij snelwandelen moet minstens één voet contact houden met de grond en dat zorgt ervoor dat ik er telkens weer met een grimas naar kijk. Wat bezielt die mensen om zich zo te pijnigen?

Liesbet De Smet, in het dagdagelijkse leven kleuterjuf, werd in 2025 Vlaams kampioen op de drie kilometer indoor en eindigde telkens tweede op het Belgisch kampioenschap over dezelfde afstand en op de tien kilometer outdoor. Wil je ooit pronostikeren op een snelwandelwedstrijd? Zet Annelies Sarrazin op één, Liesbet De Smet op twee en Myriam Nicolas op drie en je mag passeren langs de kassa. Na hen gaapt de grote leegte, en dit al jarenlang.

De Smet: ‘Acht keer sportvrouw van het jaar in Duffel. Dat is al mooi he. Ik zal zeker toewerken naar die tiende maal vanaf nu maar of dat gaat lukken zullen we nog zien. Ik was tien jaar – het was in het begin van de jaren ’90 – toen ik al ben beginnen snelwandelen. Snelwandelen is een buitenbeentje, een rare sport, zeg jij. Ik moet eerlijk zijn. Ik vond dat ook.’

‘Er is was iemand in de club die aan snelwandelen deed. Een vriendin en ik wilden het ook eens uitproberen, gewoon om eens goed te lachen. Voordien had ik gewoon de klassieke nummers in de atletiek gedaan. Vanaf mijn zesde ben ik lid van AC Duffel. Wat bleek? Vanaf de eerste trainingen vond ik dat snelwandelen bijzonder leuk. Bovendien kreeg ik van de trainers te horen dat wat ik deed best OK was, qua techniek. Het was dus echt wel de moeite om het te blijven proberen.’

‘Nu, meer dan 30 jaar later doe ik het nog altijd even graag. Jij denkt dat wij ons voortdurend pijn doen maar is dat niet in elke sport zo? Elke sport heeft zijn eigen bewegingen waarbij bepaalde spieren aan het werk worden gezet. Je moet gewoon veel trainen en je conditie onderhouden. Op vakantie speel ik weleens volleybal en dan heb ik ook pijn aan mijn polsen omdat ik dat niet gewoon ben terwijl een volleyballer daar geen last van zal hebben.’

‘Ik kan wel degelijk ‘gewoon’ wandelen maar ik geef toe dat ik vaak de opmerking krijg dat het even wat trager mag wanneer ik met iemand over straat ga. Ik heb ooit één keer een marathon gelopen omdat dat op mijn bucketlist stond maar verder niet. Ik heb snelwandelen wel heel vaak gecombineerd met discuswerpen, hoe raar dat ook klinkt. Een paar maanden geleden ben ik daar trouwens opnieuw mee begonnen, maar puur voor het plezier, niet meteen om te presteren.’

‘Snelwandelen is een vrij kleine sport wat maakt dat het een heel sociale sport is. Iedereen kent iedereen. Je komt heel vaak dezelfde mensen tegen. Daardoor spreken we niet van tegenstanders maar van vrienden. En het motiveert ook om het te blijven doen. Hoe langer hoe meer vind ik dat sociale aspect belangrijker. Uiteraard train ik nog wel en ik wil presteren.’

‘Mijn mooiste prestatie? Die heb ik nog niet zolang geleden verwezenlijkt. Normaal is er eind oktober altijd een Belgisch kampioenschap twintig kilometer. Dat wordt gehouden in Tilburg omdat er hier te weinig beoefenaars zijn. Eind september kregen we te horen dat het niet zou doorgaan want er waren (opnieuw) te weinig deelnemers. Ik had plots een bevlieging en besloot om er dan maar 35 kilometer te wandelen, wat de officiële afstand is op de Olympische Spelen. Ik ben heel trots dat ik die wedstrijd uitgewandeld heb en was tevreden met de tijd die eruit gekomen is.’

‘Naast de kampioenschappen is er in land nog welgeteld één wedstrijd, in Wallonië. Ik werk bijna al mijn competities af in Nederland omdat daar net iets meer beoefenaars zijn. In de club train ik drie keer per week op uithouding. Verder ben ik aangesloten bij een groep die driemaal per week telkens een uurtje loopt.’

‘En één keer in de maand trek ik naar Nederland voor een trainingsdag. Dan zitten we een hele voor- en namiddag met collega-snelwandelaars samen. Er is altijd één iemand die dat in zijn  club georganiseerd. Het is ook één keer per jaar in Duffel maar verder in Tilburg, Utrecht, Rotterdam, noem maar op…’

Edwin MARIËN